Maalvaardigheid
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Maalvaardigheid is een term die wordt gebruikt wordt om een hoedanigheid van molens te beschrijven. Een maalvaardige molen verkeerd in een zodanige staat dat deze goed genoeg is om te kunnen malen. De constructie van de molen moet hiervoor in een goede staat zijn en de werktuigen, zoals een maalinrichting, of de inrichting voor het verplaatsen van water (poldermolen), of het slaan van olie (oliemolen) moeten aanwezig zijn en kunnen werken.
Bij poldermolens die wel maalvaardig zijn, maar waarvan de historische waterlopen door het veranderde landschap of het veranderde polderpeil niet meer functioneel zijn, worden de waterlopen soms zodanig veranderd dat de molen hetzelfde water rondpompt. Men noemt dit maalvaardig in circuit. Hiermee wordt voorkomen dat de conditie van de molen door stilstand achteruitgaat, terwijl de er omheen liggende vijvers en sloten baat hebben bij water dat in beweging is.
[bewerken] Draaivaardigheid
Een molen waarvan de wieken of, in geval van een watermolen het scheprad, wel kunnen draaien, maar waarvan het gaandewerk niet meer aanwezig is of niet functioneert, wordt draaivaardig genoemd.
Een molen die kan draaien is dus niet per definitie maalvaardig, omdat een molen ook kan draaien zonder te malen. Dit wordt 'malen voor de Prins' genoemd. Deze uitdrukking ontstond tijdens de Tachtigjarige Oorlog, waarbij de Spanjaarden een stad belegerden en probeerden uit te hongeren. Als het graan op was, werd er toch doorgemalen om de vijand zo de indruk te geven dat er nog genoeg voedsel was.