Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (Latijn: Belgica Foederata) was de naam van de republiek die bij gebrek aan een geschikte landsheer, in 1588 (tijdens de Tachtigjarige Oorlog) ontstond op het grondgebied van wat nu ongeveer Nederland is. Deze kleine republiek verwierf in de 17e eeuw (Gouden Eeuw) grote politieke, maar vooral economische macht. Zij speelde geruime tijd een hoofdrol op het wereldtoneel. Het einde kwam met de inval van de Franse troepen in 1794/1795, al was de neergang al lang daarvoor begonnen.
Inhoud |
[bewerken] Context
Opmerkelijk in de kleine Republiek - die nooit meer dan 2,5 miljoen inwoners telde - was het enorme succes van de Nederlandse handel over de gehele wereld (VOC en WIC), de grote militaire successen tegenover ogenschijnlijk veel sterkere machten zoals Spanje en Engeland en de verovering van Indië (Indonesië), de enorme vloot (met 2000 schepen groter dan die van Engeland en Frankrijk samen), en de evenzeer ongeëvenaarde bloei van schilderkunst (Rembrandt en vele anderen) en wetenschappen (Hugo de Groot enzovoorts) gepaard gaand met grote geestelijke vrijheid.
Na de afsluiting van de Schelde in 1585, vestigden veel stedelingen uit de Zuidelijke Nederlanden zich voornamelijk in Amsterdam, Middelburg, Leiden en Haarlem. In Amsterdam en Middelburg sprak een derde van de bevolking in die tijd met een Antwerpse tongval. In Leiden en Haarlem werd, in verband met de lakenindustrie, ook veel West-Vlaams gesproken. Naast de grote instroom van Zuid-Nederlanders was er sprake van een ongekende immigratie, uit o.a. Westfalen, waardoor in het begin van de 17e eeuw, één derde van de bewoners uit de Zuidelijke Nederlanden kwam of van buitenlandse afkomst was. In sommige steden zoals Leiden was dat op een bepaald moment zelfs ruim de helft van alle inwoners. De grote bloei van de Noordelijke Nederlanden was ingezet.
Tussen 1525 en 1675 steeg de stedelijke bevolking van de Noordelijke Nederlanden van 300.000 tot 815.000. De grootste steden (boven 25.000 inwoners) waren in 1675: Amsterdam (ruim 200.000), Leiden (ca. 65.000), Rotterdam (ca. 45.000), Haarlem (ca. 37.000), Middelburg (ruim 27.000) en Utrecht (ruim 25.000).
Tussen 1514 en 1680 groeide de bevolking van het gewest Holland van ongeveer 275.000 naar 883.000 personen, waarvan het merendeel in de 19 steden. In de volgende eeuw nam de bevolking daarna langzaam af tot ca. 783.000 (ca. 1750 bereikt, daarna stabiel tot het einde van de 18e eeuw). In de periode tot 1800 was er tevens sprake van een sterfte-overschot van ongeveer 800.000 personen en emigreerden bovendien 250.000 mensen naar het buitenland. Berekend is dat ongeveer 1,4 miljoen mensen in die periode naar de steden getrokken zijn, waarvan 1,2 miljoen door immigratie.[1]
[bewerken] Ontstaan van de Republiek
Vanaf 1568 kwamen de Nederlanden in opstand tegen het bestuur van Filips II, en in het bijzonder tegen de invoering van de Tiende Penning (een belastingmaatregel) en de strafmaatregelen die de hertog van Alva nam tegen ketters. Het verzet tegen deze belastingmaatregel dient wel als een belangrijk element te worden gezien voor het ontstaan van de opstand tegen de Spaanse overheersing. Het was gebruikelijk dat een koning belasting hief via een bede of verzoek. Alva echter voerde deze nieuwe belastingmaatregel in voor de hele Nederlanden. Vooral de Tiende Penning veroorzaakte een ernstige verzwakking voor de concurrentiepositie als handelsnatie. Dit alles leverde verdere brandstof voor de opstand. Deze opstand ging later de Tachtigjarige Oorlog heten. Aanvankelijk droegen zowel katholieke als hervormde edelen de opstand, maar deze kreeg gaandeweg meer het karakter van een protestantse opstand tegen het papistisch (katholieke) Spanje evenals katholieke Nederlanders.
Door onderlinge verdeeldheid splitsten de Nederlanden zich in gewesten die de opstand steunden en gewesten die de Spaanse koning (Filips II) steunden. In 1579 tekenden enkele noordelijke gewesten de Unie van Utrecht, waarin zij afspraken gezamenlijk in opstand tegen de Spaanse overheersing te komen. De Unie van Utrecht werd op 26 juli 1581 (volgens sommige bronnen 22 juli 1581) gevolgd door de Acte van Verlatinghe, waarin de verschillende gewesten zich formeel onafhankelijk verklaarden. Ook de meeste Vlaamse en Brabantse steden sloten zich daarbij aan, maar werden enkele jaren later door de Spanjaarden heroverd.
Aanvankelijk zochten de Nederlanden buitenlandse landvoogden om het bestuur op zich te nemen. De inmenging van de Franse hertog van Anjou en enkele jaren later de Engelse graaf van Leicester waren echter geen succes, vooral wegens competentiekwesties, die voortkwamen uit het feit dat de Staten-Generaal eigenlijk alleen een boegbeeld van legitimiteit wilden hebben, zonder de feitelijke macht uit handen te geven. De Staten-Generaal besloten daarom in 1588, drie jaar na de val van Antwerpen, het land zèlf te gaan besturen. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, ofwel de Republiek, was geboren. Het afzweren van de soevereine vorst Filips II (1581) kan ook als het beginpunt gedefinieerd worden.
Bij de Vrede van Münster (1648) werd de nieuwe Republiek door de omliggende landen officieel erkend als zelfstandige natie.
[bewerken] Indeling
De zeven gewesten van de Nederlanden die toetraden tot de Republiek waren:
Het Landschap Drenthe was wel een gewest met een eigen Statenvergadering, maar had omdat men het gewest te arm achtte geen stemrecht in de Staten-Generaal.
In 1648, bij de Vrede van Münster, werden delen van Vlaanderen (Staats-Vlaanderen), Brabant (Staats-Brabant) en Overmaas (Staats-Overmaas) als generaliteitsland aan de Republiek toegevoegd. Een deel van Opper-Gelre rond Venlo, dat aan het eind van de zestiende eeuw al tijdelijk in handen van de Republiek was geweest, werd als gevolg van afspraken bij de vrede van Utrecht in 1715 als Staats-Opper-Gelre bij de Republiek gevoegd. De generaliteitslanden hadden niet de status van een zelfstandig gewest en werden door de Staten-Generaal bestuurd. Westerwolde in Groningen was formeel ook een generaliteitsland, maar werd feitelijk bestuurd door de stad Groningen.
Ook Maastricht had een speciaal statuut.
De Republiek was een tamelijk losse confederatie (statenbond) van zeven provincies, die elk een zeer ver gaande autonomie hadden. Binnen deze provincies genoten op hun beurt de steden (en zeker de wat grotere steden) weer een zeer ver gaande mate van zelfbestuur. Het was enerzijds de stadhouder, die als kapitein-generaal (opperbevelhebber) van de strijdkrachten fungeerde, en anderzijds de zeer dominante positie van het gewest Holland (dat voor ongeveer 60% van de staatsinkomsten verantwoordelijk was), die enige mate van politieke samenhang verzekerde. Na Holland was Zeeland met de stad Middelburg, de - tot het derde kwart van de 17e eeuw - na Amsterdam grootste handels- en havenstad van de Republiek, het belangrijkste handelsgewest.
Het grondgebied van de Republiek kwam niet geheel overeen met het huidige Nederland.
[bewerken] De Republiek in oorlog
In 1648 was de Republiek in de eerste plaats een grote zeemogendheid, maar had ook een vrij sterk leger te velde. Al in 1646 waren de Staten-Generaal van mening dat Spanje had afgedaan als ernstige bedreiging voor de Republiek te land. Maar het Frankrijk van Lodewijk XIV was in opkomst. In de jaren voor de Vrede van de Pyreneeën (1659) veroverde Frankrijk grote delen van de Spaanse Nederlanden, terwijl Spanje te zwak was om er iets tegen te doen.
[bewerken] Met Engeland 1652-1654, 1665-1667
Engeland werd een ernstige bedreiging op zee. De Engelse en Nederlandse koopvaarders concurreerden hevig met elkaar en de Engelse Act of Navigation ("Scheepvaartwet") leidde tot de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654). Deze oorlog verloor de jonge Republiek, en zij verloor haar beste admiraal: Tromp. Na de Vrede van Westminster bleef de Scheepvaartwet van kracht. In 1665 verklaarde Engeland de Republiek weer de oorlog. De Tweede Engelse Oorlog volgde (1665 - 1667). In deze oorlog vernietigde Michiel de Ruyter een groot deel van de Engelse vloot bij de tocht naar Chatham. In de Vrede van Breda werd overeengekomen dat de Scheepvaartwet versoepeld werd.
[bewerken] Met Frankrijk 1672-1678, Engeland, Münster en Keulen 1672-1674
Ondertussen hadden de Fransen de Spaanse Nederlanden weer aangevallen. Om de Franse dreiging het hoofd te bieden vormde Johan de Witt met Zweden en Engeland de Triple Alliantie tegen de agressieve politiek van Lodewijk XIV. De Fransen kochten echter de Engelsen om en Zweden beloofde neutraal te blijven. In het Rampjaar 1672 vielen Frankrijk, Keulen en Münster de Republiek over land aan en Engeland over zee. Voor deze Hollandse Oorlog (1672-1678) hadden de Fransen een geweldig leger van 120.000 man verzameld. Zij zouden naar Holland optrekken. Keulen en Münster zouden het noorden aanvallen, en de gecombineerde Engelse en Franse vloten zouden aan de kust van Holland een leger aan land zetten. Raadspensionaris Johan de Witt en zijn broer Cornelis de Witt werden als hoofdschuldige van de noodsituatie gezien. Zij werden gelyncht in Den Haag door een woeste menigte. Het Staatse leger was verwaarloosd en werd haastig versterkt voor de verdediging.
Willem III was op 25 februari 1672 kapitein-generaal gemaakt en ondernam tevergeefs een veldtocht. Hij trok zich daarna terug achter de Hollandse Waterlinie en hield daar stand, ondertussen werd hij op 8 juli tot stadhouder van Holland benoemd, op 16 juli van Zeeland. Ondertussen hervormde hij zijn leger en breidde hij het uit. In het noorden werden de legers van Keulen en Münster tegengehouden bij de linie van Groningen onder leiding van Rabenhaupt. Op zee werden de Engelsen en Fransen verslagen door Michiel de Ruyter in drie opeenvolgende slagen tegen grotere Frans-Engelse vloten. De Republiek hield stand.
In het jaar 1673 veroverde de kersverse stadhouder Bonn waardoor de Fransen de Republiek moesten ontruimen, en Keulen en Münster niets anders konden doen dan voor vrede te tekenen. In 1674 werd met Engeland, dat geen enkel voordeel uit de oorlog had gehaald, Münster en Keulen de vrede getekend. De oorlog tegen Frankrijk ging door. Er volgden enkele veldslagen, maar het front zat muurvast in de Spaanse Nederlanden, en uitzicht op verbetering was er niet. In 1678 werd in Nijmegen de vrede getekend.
[bewerken] Met Frankrijk 1688-1697
Willem III was zijn verdere leven de grote tegenstrever van Lodewijk XIV. Hij vormde de Grote Alliantie tussen Engeland, de Republiek en de Duitse keizer tegen Frankrijk. Willem werd in 1688 koning van Engeland, wat Lodewijk XIV niet over zijn kant kon laten gaan. In de Negenjarige Oorlog die daarop volgde, veroverden de Fransen in snel tempo een aantal vestingen in de Spaanse Nederlanden. De geallieerden onder Willem III waren de hele oorlog bezig deze weer terug te veroveren. In 1697 werd de vrede in Rijswijk getekend. Het was voor alle betrokkenen duidelijk dat dit geen blijvende vrede, maar een tijdelijke wapenstilstand was. Toen Peter de Grote datzelfde jaar met zijn Grote Ambassade in de Republiek verscheen, was de Republiek vanwege de vrede met Frankrijk niet echt geneigd zijn kant te kiezen in zijn anti-Turkse alliantie tegen het Ottomaanse Rijk (waarvan Frankrijk weer een een bondgenoot was).
[bewerken] Spaanse Successieoorlog 1701-1713
In 1700 stierf de kinderloze Spaanse koning Karel II. Hij had een kleinzoon van Lodewijk XIV als troonopvolger aangewezen. Lodewijk zou de kroon voor zijn kleinzoon waarnemen. Frankrijk en Spanje onder één kroon was onacceptabel voor de leden van de Grote Alliantie wegens de ernstige verstoring van de machtsverhoudingen en in 1701 werd de oorlog verklaard aan Frankrijk. In 1702 stierf Willem III aan een longontsteking die hij opliep toen hij van zijn paard gevallen was. In Engeland werd hij opgevolgd door Koningin Anna. In de nu weer van Engeland gescheiden Republiek namen de regenten het heft weer in handen, waarmee het Tweede Stadhouderloze Tijdperk begonnen was.
De Spaanse Successieoorlog, waarin de Republiek een belangrijke rol speelde, ging gewoon door. Het leger van de Republiek groeide in deze oorlog tot wel 100.000 man in het veld. Er waren grote Staatse contingenten aanwezig in de grote en bloedige slagen van Blenheim (1704), Ramillies (1706), Oudenaarde (1708) en Malplaquet (1709). Door de grote oorlogsinspanningen te land moest de vloot wel in verval raken. De Republiek verloor langzamerhand de positie van grote zeemogendheid. Deze oorlog ging de kracht van de Republiek ver te boven, maar dat gold voor alle deelnemers aan deze oorlog. Toen in 1713 de Vrede van Utrecht gesloten werd, was het hoofddoel bereikt, namelijk het gescheiden houden van de Franse en de Spaanse troon, maar de Republiek was na bijna 40 jaar oorlog met Frankrijk toe aan een periode van vrede. De grootste verliezer was eigenlijk de Nederlandse Republiek, die haar grootmachtstatus uit de Gouden Eeuw definitief verloor. De Franse gezant wreef het de gastheren pijnlijk onder de neus met de woorden: “Wij onderhandelen hier bij u, over u en zonder u!" De grote winnaar was het kersverse Verenigd Koninkrijk, dat veel koloniale gebieden op Frankrijk wist te veroveren.
De Republiek bleef een rol spelen door het Barrièreverdrag, volgens welke het garnizoenen kon onderhouden in de Zuidelijke Nederlanden, die krachtens de vrijwel gelijktijdige Vrede van Rastatt in Oostenrijkse handen waren overgegaan. Zodoende moest Frankrijk aan de noordkant ingedamd worden. De Grote Alliantie tussen het sinds 1707 verenigde Britse Verenigd Koninkrijk, de Republiek en het Duitse keizerrijk bleef bestaan en Frankrijk was oorlogsmoe. Pas na 20 jaar was Frankrijk weer in staat om zich weer in een grote oorlog te mengen. In de Poolse Successieoorlog (1733-1738) bleven de Republiek en het VK neutraal. Pas in de jaren veertig van die eeuw zou de Republiek zich weer gaan mengen in de Europese machtspolitiek, maar in een aanzienlijk bescheidener rol.
[bewerken] Oostenrijkse successieoorlog 1740-1748
In 1740 stierf keizer Karel VI. Hij had alleen een dochter, Maria Theresia, om hem op te volgen. De keurvorst van Beieren had zich kandidaat gesteld voor het keizerschap en had de steun van Lodewijk XV. Oostenrijk werd ondertussen aangevallen door Pruisen, een Franse bondgenoot. De Oostenrijkse Successieoorlog was begonnen.
Voor de Republiek begon de oorlog pas in 1744 toen de Fransen de Oostenrijkse Nederlanden binnenvielen. De Republiek had een leger van 80.000-90.000 man op de been. De oorlog verliep slecht voor de Grote Alliantie. De slagen van Fontenoy, Rocourt en Lafelt werden allemaal verloren. Talloze vestingen in de Oostenrijkse Nederlanden gingen verloren. In 1747 werd de Republiek zelf aangevallen. Door deze vernedering verloor het regentenregime het laatste restje prestige en kon Willem IV vrijwel zonder bloedvergieten (een zgn. 'bijltjesdag') stadhouder worden, maar zijn aanstelling had niet het gehoopte effect. Hij had lang niet de leiderschapskwaliteiten van eerdere generaties van het huis van Oranje.
De vestingplaats Bergen op Zoom, de trots van de Republiek, viel na een beleg van drie maanden en 20.000 Franse doden. In 1748 werd de Vrede van Aken gesloten.
Het was duidelijk dat het 'Oude Systeem' niet meer werkte. In 1756 sloot Frankrijk een bondgenootschap met Oostenrijk, waardoor het Barrièreverdrag nutteloos werd. Deze ommekeer van allianties wordt de renversement des alliances genoemd. De Republiek, zonder Barrièreverdrag en dus zonder bondgenoot Oostenrijk, werd hierdoor volledig aangewezen op Engeland. De Republiek werd een tweederangsmogendheid, nu ook op het land. In de volgende Zevenjarige Oorlog (1756-1763) bleef de Republiek neutraal.
[bewerken] Met Engeland 1780-1784
De Vierde Engels-Nederlandse oorlog tussen de Republiek en het Verenigd Koninkrijk werd gevoerd van 1780 tot 1784 en eindigde in een nederlaag voor de Republiek.
[bewerken] Bataafse Revolutie
In de laatste 20 jaar van de achttiende eeuw was het zeer onrustig in de Republiek. Het was de tijd van de Patriotten en hun tegenpartij, de Prinsgezinden. De onrust resulteerde in een Pruisische interventie in 1787 ten gunste van de stadhouder, Willem V, en een Franse inval in 1794. Met Franse steun werd in 1795 de Bataafse Republiek uitgeroepen. Hiermee kwam een einde aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
[bewerken] Politiek
De Republiek bestond uit zeven provinciën of gewesten, die elk een grote mate van vrijheid hadden. Iedere provincie werd bestuurd door een stadhouder en de Provinciale Staten. In theorie benoemden en controleerden de Provinciale Staten de stadhouder, in de praktijk werd de rol van stadhouder vaak vervuld door leden van de Oranje-familie. Gedurende het bestaan van de Republiek was er een vrijwel continue strijd tussen de Oranje-gezinden en de Regenten-gezinden.
Iedere provincie had een vertegenwoordiging in de Staten-Generaal. De Staten-Generaal zetelden in Den Haag en hielden zich met landszaken bezig. Ook het bestuur van Staats-Vlaanderen (ongeveer het huidige Zeeuws-Vlaanderen), Staats-Brabant (het huidige Noord-Brabant) en Staats-Limburg (het gebied rond Maastricht) was een taak van de Staten-Generaal.
Gaandeweg evolueerde de Republiek van een confederatie naar een federatie, om na de Franse Revolutie over te gaan naar een eenheidsstaat en een monarchie, samen met de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik. Na de afscheiding van België ontstond het moderne Nederland.
Het devies van de Republiek was: Concordia res parvae crescunt waarvan de letterlijke vertaling luidt Door eendracht groeien kleine zaken, (een spreuk die later is overgenomen door België). Het devies was ontleend aan Bellum Iugurthinum van Sallustius.
[bewerken] Personen
De Republiek vond haar eerste leider in Willem van Oranje, die bij zijn dood in 1584 werd opgevolgd door zijn zoon Maurits van Oranje, gevolgd door Frederik Hendrik, Willem II en Willem III. Belangrijke andere politici waren Johan van Oldebarneveldt, Constantijn Huygens, Johan de Witt, naast vlootvoogden als de meest succesvolle Michiel de Ruyter, en verder Piet Hein, Maarten Tromp en diens zoon Cornelis Tromp, Jan Evertsen, Witte de With. Op het gebied van de handel waren de kanonnenkoning Louis de Geer, zijn compagnon, Jacob Trip en de Zeeuwse reder Cornelis Lampsins toonaangevend. Als regenten oefenden de Amsterdamse burgemeesters een overheersende invloed op de Republiek uit, waaronder Cornelis de Graeff, Gillis Valckenier, Andries Bicker en Nicolaas Witsen.
[bewerken] Wetenschappen
Daarnaast waren er wetenschappers en bekwame vaklieden op allerlei terrein in de Nederlanden te vinden tijdens de Gouden Eeuw. Een kleine greep: Hugo de Groot (1583-1645) als nimmer geëvenaard instigator van het volkenrecht, oorlogs- en zeerecht, Christiaan Huygens (1629-1695) als wis-, natuur- en sterrenkundige, uitvinder van het slingeruurwerk en verklaarder van de ringen van Saturnus, de natuur- en waterbouwkundige Simon Stevin die bovendien decimale getallen uitbreidde met de cijfers achter de komma, Jan Leeghwater als waterbouwkundige en architect van de belangrijkste Nederlandse polders, Benedictus Spinoza (1632-1677) als filosoof van onder meer het pantheïsme. De Franse wis- en natuurkundige en filosoof René Descartes (1596-1650), beroemd door zijn filosofische stelling "Ik denk dus ik ben", woonde gedurende langere tijd in een aantal Nederlandse steden, waaronder Leiden. Het is opmerkelijk dat er in de Nederlanden van die tijd zoveel talent kon opbloeien.
[bewerken] Cultuur
Vanwege de enorme rijkdom van de Republiek als gevolg van de succesvolle handel bloeide de cultuur, met name de schilderkunst, sterk in de 17de eeuw. Deze eeuw kreeg dan ook de bijnaam Gouden Eeuw. In totaal werden er volgens berekeningen van kunsthistorici drie miljoen schilderijen geproduceerd door ongeveer 5000 kunstenaars, waaronder Rembrandt, Vermeer, Frans Hals, Govert Flinck, Ferdinand Bol, Jan Steen. Ook architecten als Jacob van Campen (Paleis op de Dam) waren succesvol. Het aantal literatoren bleef achter bij het aantal kunstschilders, maar in het eigen taalgebied werden Joost van den Vondel, P.C. Hooft en Bredero bekend. Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) werd bekend als componist en organist.
In de 18de eeuw zakte het culturele leven in de Nederlanden geheel in, en werd volkomen overvleugeld door Frankrijk (literatuur, muziek, toneel), Duitsland (muziek met o.m. Bach, literatuur met o.m. Goethe) Italië (muziek) en Engeland (literatuur en muziek).
[bewerken] Benamingen
Gebruikelijke namen voor de Republiek der Verenigde Nederlanden:
- de Republiek
- Republiek der Verenigde Nederlanden
- Republiek der Verenigde Provinciën
- Republiek der Zeven Provinciën
- Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
- Republiek der Zeven Verenigde Provinciën
- de Verenigde Provinciën
- de Verenigde Gewesten
- de Zeven Verenigde Gewesten
[bewerken] Verder lezen
- J. I. Israel: The Dutch Republic, Its Rise, Greatness, and Fall 1477-1806, Oxford University Press, New York 1995, ISBN 0198730721 (gebonden), ISBN 0198207344 (paperback)
- J. I. Israel: *De Republiek, 1477-1806, ISBN 9051942214
Referenties
|
[bewerken] Externe links
Gouvernementen: Berbice* · Cayenne · Demerara* · Essequibo* · Goudkust* · Nederlands Brazilië · Nederlandse Antillen · Nieuw-Nederland · Pomeroon · Suriname*
Gebieden met een directeur: Maagdeneilanden
Gebieden met een baron: Tobago (geleend aan Cornelis Lampsins)
Factorijen / handelsposten: Arguin · Loango-Angola kust · Senegambia · Slavenkust
Gouvernementen: Ambon* · Banda* · Batavia* · Ceylon · Coromandelkust* · Formosa · Java's Noordoostkust* · Kaapkolonie* · Mauritius · Makkasar* · Malakka* · Molukken*
Directoraten: Vestingen in Bengalen · Vestingen in Perzië · Suratte
Commandementen: Bantam* · Malabar · Sumatra's Westkust*
Residenten: Bandjarmasin* · Cheribon* · Palembang* · Pontianak*
Gebieden met een opperhoofd: Birma · Deshima* · Vestingen in Siam · Timor · Tonquin
Factorijen: Vestingen in China
Nederzettingen: Amsterdam eiland (incl. Smeerenburg) · Jan Mayen
Vestingen: Acadia · Zoutpannen in Venezuela · Fort Nassau
*: Gebieden ook in handen van de Bataafse Republiek geweest.
| Voor meer mediabestanden zie de categorie Dutch Republic van Wikimedia Commons. |