Maria van Jessekerk
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Maria van Jessekerk | ||||
| De kerk gezien vanaf de Burgwal | ||||
| Plaats | Delft | |||
| Ligging | 52°0′N 4°21′E | |||
| Algemeen | ||||
| Gebouwd in | 1875-1882 | |||
| Gewijd aan | Maria van Jesse | |||
| Architectuur | ||||
| Architect(en) | Evert Margry | |||
| Toren | Twee | |||
|
||||
De Maria van Jessekerk is een neogotische rooms-katholieke parochiekerk in Delft, gebouwd in de periode 1875 - 1882 en oorspronkelijk gewijd geweest aan Sint Jozef. Het is een ontwerp van Evert Margry, leerling van P.J.H. Cuypers.
De kerk maakt thans deel uit van de Sint Ursulaparochie waaronder alle katholieke kerken in Delft vallen.
De kerk is thans gewijd aan Maria van de Boom van Jesse, daarmee verwijzend naar Jezus als de loot aan de stam van Jesse (Virga Jesse).
De kerk was de eerste katholieke kerk die weer in het centrum van de stad gevestigd werd na de reformatie. De Oude Jan en de Nieuwe Kerk waren voor de reformatie katholiek, maar daarna hervormd. De twee torens van de Maria van Jessekerk verwijzen naar de twee voormalige katholieke kerken: qua model verwijzen ze naar de torens van de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
De Maria van Jessekerk staat op de plek waar in de tijd van de reformatie de Papenhoek ontstond, een wijk waar alleen katholieken woonden. In 1572 koos het Delftse stadsbestuur voor het protestantisme en werden andere religies zoals de Rooms-katholieke Kerk, maar ook de Lutherse en de Doopsgezinde kerk verboden. In de praktijk werden ze echter gedoogd. De Hippolytuskerk en de Ursulakerk werden protestants en werden voortaan de Oude en de Nieuwe Kerk genoemd. De Delftse katholieken verzamelden zich in het wijkje dat werd begrensd door de Burgwal, de Oude Langedijk en de Jacob Gerritstraat. Vieringen werden gehouden in schuilkerkjes in woonhuizen.
In 1733 lukte het de jezuïeten om een klein kerkje te bouwen dat niet zichtbaar was vanaf de straat, een belangrijke voorwaarde bij het gedogen. Waarschijnlijk stond deze kerk op de plek van het westertransept van de huidige kerk.
Na de Franse tijd kwam er meer tolerantie en in 1837 werd er een waterstaatskerk gebouwd die wèl zichtbaar was vanaf de straat, met de hoofdingang aan de Oude Langedijk. Deze kerk werd gewijd aan Sint Jozef.
De godsdienstvrijheid werd definitief met de grondwet van 1848. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden er in Nederland in recordtempo en in zeer groten getale katholieke kerken gebouwd, vaak in neogotische stijl, die verwees naar de bouwstijl van vóór de reformatie. Daarbij streefde men vaak naar een kerkgebouw dat groter, hoger en mooier was dan het protestante kerkgebouw. Dat plan hadden de franciscanen ook in gedachten voor Delft. Zij wilden bijna de hele Papenhoek gebruiken om de nieuwe kerk te bouwen. Dat werd tegengehouden omdat de daar naastgelegen Nieuwe Kerk dan in de schaduw zou komen te staan. Wel kregen ze een stuk grond aan de Burgwal dat aansloot aan de grond van de Jozefkerk. De oude waterstaatskerk werd afgebroken en een neogotische kerk gebouwd. De twee torens bij het voorportaal zijn een subtiele verwijzing naar de torens van Oude en de Nieuwe Kerk.
Elders in de binnenstad werd nog een neogotische kerk gebouwd: de dekenale kerk gewijd aan Sint Hippolytus, de patroon van Delft en vroeger de patroon van de Oude Kerk. Dit kerkgebouw kon qua omvang wél tippen aan de twee grote middeleeuwse kerken. En de toren zou nèt iets hoger worden dan die van de Nieuwe Kerk. Die toren is echter nooit afgebouwd. Toen het aantal kerkgangers in de jaren zestig drastisch afnam, werd besloten de Hippolytuskerk af te breken. De parochiegemeenschap werd in 1971 samengevoegd met die van de Jozefkerk en deze werd hernoemd tot de Maria van Jessekerk.
Sinds begin jaren '90 had een grootscheepse restauratie van het kerkgebouw plaats, die in 2007 werd afgesloten. Het bijzonder rijke interieur is sinds het begin van de twintigste eeuw vrijwel onveranderd gebleven.
[bewerken] Maria van Jesse in Delft
De naam van Maria van Jesse is niet zomaar gekozen. De verering van Maria onder deze titel gaat ver terug tot in de middeleeuwen. Het hart van de Delftse Mariadevotie was de huidige Oude Kerk. Mogelijk stond hier al vanaf het jaar 1000 een klein houten kerkje voor de boeren die de Hollandse moerassen ontgonnen. Omdat de grond hier steviger was, ontstond hier een nederzetting die de basis vormde voor de latere stad Delft. Veel hierover is onzeker, omdat men zich enkel kan beroepen op archeologische sporen en weinig geschreven bronnen.
Wanneer de Mariadevotie is begonnen is ook niet met zekerheid te zeggen. Wat wel zeker is, is dat in 1240 graaf Willem II van Holland opdracht gaf om het houten kerkgebouw te vervangen door een stenen. Toen was er al sprake van een bloeiende Mariaverering, en functioneerde de kerk als bedevaartsoord voor de regio.
Toen in 1327 de jonge moeder Machteld uit Den Haag bij het Mariabeeld op wonderbaarlijke wijze genas van haar blindheid, was dat aanleiding om jaarlijks een processie of ommegang te houden ter ere van Maria. Het wonder maakte Delft tot één van grootste Mariabedevaartsoorden van de noordelijke Nederlanden, waarvan de roem reikte tot in Rome. Met de reformatie werd eind zestiende eeuw de jaarlijkse ommegang en Mariaverering verboden. Pas aan het begin van de twintigste eeuw werd deze oude traditie weer opgepakt. In 1939 werd besloten om een "nieuw" Mariabeeld aan te schaffen. Er werd een beeld gevonden dat uit dezelfde tijd stamt als het middeleeuwse beeld, en er volgens de beschikbare omschrijvingen erg op lijkt. De kerk aan de burgwal kreeg een centrale functie in de hernieuwde devotie. Er werd een zijkapel gebouwd waar het beeld ter verering geplaatst werd. Nog steeds is deze kapel elke dag open. Toen in 1971 de Hippolytuskerk en Jozefkerk fuseerden, was de meest voor de hand liggende nieuwe naam die van Maria van Jesse.
[bewerken] De parochie
Zoals hierboven al vermeld was de Maria van Jesseparochie ontstaan uit het samengaan van de Hippolyusparochie en de Jozefparochie in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Aan het eind van de jaren negentig fuseerde ze weer, nu met de parochies van OLV Onbevlekt Ontvangen en de Vredeskerk tot de Hippolytusparochie. Binnen dit parochieverband werden wel alle drie de kerkgebouwen behouden: Eén parochie, drie locaties. Eind 2008 vond er uiteindelijk een fusie plaats tussen alle katholieke kerken in Delft: De Hippolytusparochie ging samen met de HH. Franciscus en Claraparochie -waartoe de HH. Nicolaas en gezellenkerk en de Pastoor van Arskerk hoorden- en de Sint Adelbertparochie tot de Sint Ursulaparochie. Tegelijk werd besloten om twee van de zes kerkgebouwen af te stoten, te weten de OLV Onbevlekt Ontvangen en de Pastoor van Arskerk. Eind november 2008, de laatste zondag voor de eerste advent, werden deze twee kerken aan de eredienst onttrokken.
[bewerken] Externe link
| Voor meer mediabestanden zie de categorie Maria van Jessekerk van Wikimedia Commons. |
Bronnen, noten en/of referenties:
A. van Peer, Maria van Jesse, Historische schets van "Delffs Ommeganck", 1954