Grote of Sint-Jacobskerk (Den Haag)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Grote Kerk met Haagse toren, gezien van de Vismarkt
De Haagse toren
Plattegrond voor de restauratie.

De Grote of Sint-Jacobskerk is een kerkgebouw in het centrum van Den Haag. Het behoort met het Binnenhof tot de oudste gebouwen van Den Haag.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

Bronnen geven aan dat al in de 13e eeuw een (waarschijnlijk houten) kerk op deze plaats stond. In 1335 spreken de bronnen van de grote kercke, wat duidt op een stenen gebouw.

In de vroege geschiedenis van de kerk was ze enkel in gebruik voor katholieke diensten. Met de Beeldenstorm in 1566 veranderde dit, al doen de preekstoel met zijn renaissancistische houtsnijwerk, de wapenborden en twee ramen van de Goudse glazeniers Dirck en Wouter Crabeth nog terugdenken aan de katholieke periode.

De kerk werd oorspronkelijk als kruiskerk gebouwd. Tussen 1434 en 1455 werd het schip echter uitgebreid met zijbeuken, waardoor de kruisvorm verloren ging. Deze vergroting maakte de St. Jacob tot het eerste voorbeeld van het Haagse hallentype, een type hallenkerk dat daarna in met name het graafschap Holland op grotere schaal zou worden ingevoerd. Bij dit type hallenkerk zijn de traveeën van de zijbeuken elk voorzien van een hoge topgevel met een eigen kap die dwars staat op het dak van de middenbeuk. Deze constructie maakte het mogelijk de zijbeuken van grote vensters te voorzien.

In de kerk staat een achttiende-eeuws kabinetorgel, maar in 1971 werd er een nieuw groot Metzlerorgel gebouwd.

Tegenwoordig wordt het kerkgebouw door de afname van het aantal kerkdienstbezoekers ook gebruikt voor culturele evenementen, zoals orgelconcerten, beurzen en tentoonstellingen.

[bewerken] Haagse Toren

De toren naast de kerk, ook wel bekend als de "Haagse toren", werd gebouwd met steun van hertog Jan van Beieren tussen 1420 en 1424, waarschijnlijk als losse zeskantige wachttoren (een in Nederland zeldzame vorm) naast een kleine kerk, zeer vergelijkbaar met de belforten die we voornamelijk in België en Noord-Frankrijk zien. De toren was waarschijnlijk al vanaf het begin voorzien van een uurwerk, luiklok en carillon.[1]

Er wordt wel gesteld dat de achtkantige toren van de abdijkerk in Middelburg als voorbeeld zou hebben gediend. Echter ook een van de torentjes van de Ridderzaal is zeshoekig.

De toren brandde in 1539 voor het eerst gedeeltelijk af door blikseminslag. Karel V droeg bij aan de herbouw en de bijna 6000 kilo wegende grote luiklok, de zgn "Jhesusklok". Hierop is het eerst bekende voorbeeld van de Haagse ooievaar te zien. Deze werd gegoten door Jan en Jasper Moer in Den Boschin 1541. In 1542 was de wederopbouw voltooid. De afgebrande houten gotische spits was vervangen door een renaissancistische.

In 1665 schreef Constantijn Huygens dat hij vanaf de toren de zeeslag kon zien die het begin werd van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog.

In 1702 sloeg de bliksem nogmaals in. Ditmaal heeft de burger Abraham Streng de brandende toren, 321 treden, beklommen om het vuur te doven met zijn nachthemd.

De spits is in 1861 vervangen voor een veel zwaardere gietijzeren neogotische, die in de volksmond al snel de "slaapmuts" werd genoemd. Door het gewicht van deze spits begonnen de zware bakstenen muren van de toren al snel scheuren te vertonen. In 1957 werd de met koper beklede houten renaissancistische spits gereconstrueerd, zij het wat groter om het inmiddels uitgebreide carillon te herbergen. Bij deze restauratie werden ook betonnen tussenverdiepingen gemaakt die de wanden weer in verband trokken.

De grootste 4 klokken hangen op de ‘luidzolder’, een paar etages onder de spits. Dit zijn Jhezus (1541), Salvator (1547), Jacob (1570), Wegewaert (1647). De Maria uit 1543 is al in 1575 tot kanonnen omgesmolten.

De grootste klok is in de Tweede Wereldoorlog begraven onderin de toren om deze uit de handen van de Duitsers te houden. Hij was te groot om door de monumentale deuren te gaan. In de nacht van 4 op 5 mei 1945 is de Jhezus weer op zijn plaats gehesen zodat deze tot grote verbazing van het Haagse volk de bevrijding kon inluiden. De Salvator werd na de oorlog ongeschonden in Duitsland teruggevonden. Het schip dat de Jacob naar Duitsland had moeten brengen is onderweg gezonken. Na de oorlog kwam Jacob ongeschonden boven water. De Wegewaert, nog altijd goed voor zo'n 3000 kilo, vonden de Duitsers kennelijk te klein, deze is de hele oorlog op zijn plaats gebleven.

Ten minste 2x in de geschiedenis viel er een klepel: 4 mei 1987 die van de Jhezus en kerstavond 2002 die van de Wegewaert.

Momenteel is de toren gesloten voor publiek, wel wordt hij als doorgang gebruik naar de naastgelegen kerk. Het carillonspel wordt veelvuldig gebruikt door de stadsbeiaardier van Den Haag. Het is tevens voorzien van een trommelautomaat.

Het carillon groeide geleidelijk naar een volwaardig muziekinstrument. De oude beiaard is in 1686 vervangen door 37 klokken, gegoten door Melchior de Haze in Antwerpen. Dit aantal werd uitgebreid tot 51 door Koninklijke Eijsbouts uit Asten. 47 hiervan hangen van buiten zichtbaar in de spits van de toren.

Dagelijks, elk kwartier van 's morgens 8.15 tot 's avonds 21.00 uur wordt er een wisselende melodie gespeeld door de automaat. Hiervan is het belangrijkste deel een draaiende trommel met verplaatsbare pinnen die de klepels bedienen. Deze is door de Haagse smid Libertus van der Burgh gebouwd in 1689 in zijn werkplaats in het Spuikwartier bij de Nieuwe Kerk. Steeds in januari, mei en september worden er andere melodieën "verstoken" door het verplaatsen van de pennen in de 14000 gaten in de trommel.

Tussen de luidzolder en de spits staat het klavier waarmee het carillon met de hand bespeeld kan worden. Het carillon wordt al eeuwenlang met de hand bespeeld op de oorspronkelijke Haagse marktdagen: maandag en vrijdag, sinds 1956 ook op woensdag, van 12.00 tot 13.00 uur.

De beiaardiers zijn sinds het midden van de 16e eeuw:

 * Jacob Janszoon Kelder: …. - 1590
 * Jan Jacobszoon: 1590 - 1625
 * Jacob Blankenburgh: 1625 - 1633
 * Pieter Alewijszoon de Vois: 1633 - 1653
 * Stephanus van Eyck: 1653 - 1673
 * Hermanus van Eyck: 1673 - 1678
 * Pieter Pater: 1678 - 1682
 * Stephanus Cousijns: 1682 - 1697
 * Casper Cousijns: 1697 - 1717
 * Aeneas Egbertus Veltkamp: 1718 - 1741
 * Albertus Freese: 1741 - 1742
 * Albertus Groneman: 1742 - 1778
 * Hendrik Krayenbrink: 1778 - 1824
 * Johan George Berger: 1824 - 1856
 * Gerrit Pieter Koning: 1856 - 1874
 * Jean Antoine Henri van Hartorp: 1874 - 1885
 * Johannes Andries de Zwaan: 1885 - 1927
 * Johannes de Zwaan: 1927 - 1956
 * Hendrik Christiaan Herzog: 1956 - 1975
 * Helena Barendina (Heleen) van der Weel: van 1975 tot heden

[bewerken] Koninklijk Huis

De Oranjes gebruiken het gebouw nog voor doopplechtigheden en huwelijken. Onder anderen koningin Wilhelmina en prins Hendrik (1901), prinses Juliana en prins Bernhard (1937), prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven (1967) en Prins Constantijn en Prinses Laurentien (2001) lieten er hun huwelijk bevestigen. Prinses Catharina-Amalia werd in 2004 in deze kerk gedoopt.

[bewerken] Graven

In de Jacobskerk bevindt zich de grote barokke graftombe van admiraal van Wassenaer Obdam, alsmede van Johan de Witt, Cornelis de Witt en Hiëronymus van Alphen.


Bronnen, noten en/of referenties
  1. AD Haagse Courant. zaterdag 20 september 2008
Persoonlijke instellingen
in andere talen