Internationaal Strafhof
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Internationaal Recht | |||||
|
Het Internationaal Strafhof (International Criminal Court/Cour Pénale Internationale, afkorting ICC/CPI) is een permanent hof voor het vervolgen van personen die verdacht worden van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden zoals deze zijn erkend in diverse internationale verdragen. Het Strafhof is opgericht in 2002 en in Den Haag gevestigd. De werktalen zijn Engels en Frans.
Dit Strafhof dient niet verward te worden met:
- Het Internationaal Gerechtshof (International Court of Justice/Cour Internationale de Justice) dat gevestigd is in het Vredespaleis in Den Haag. Dit hof behandelt rechtsgeschillen tussen staten.
- Het Joegoslavië-tribunaal (International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia, ICTY) dat eveneens in Den Haag zetelt.
Inhoud |
[bewerken] Oprichtingsstatuut
In 1998 werd op voordracht van de Verenigde Naties het Statuut van Rome ondertekend, dat de basis legde voor de oprichting van het Internationaal Strafhof. Inmiddels hebben 110 landen het statuut geratificeerd en zijn daarmee "verdragsstaat" ("state party") van het Hof geworden. België werd verdragsstaat op 28 juni 2000, Nederland op 17 juli 2001, Suriname op 15 juli 2008.[1] 38 landen hebben het statuut wel ondertekend maar (nog) niet geratificeerd, waaronder de Verenigde Staten, Rusland, Iran, Israël, Soedan en Zimbabwe.[2]
[bewerken] Huisvesting
Het Internationaal Strafhof is gevestigd in de Binckhorst in Den Haag, in een voormalig KPN-gebouw langs snelweg A12.
[bewerken] Rechtsmacht
Artikel 5 van het oprichtingsstatuut bepaalt welke misdaden binnen de jurisdictie (rechtsmacht) van het Internationaal Strafhof vallen. Thans zijn dat bovengenoemde genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, maar in de toekomst ook agressie. De artikelen 6 t/m 8 omschrijven welke daden vallen binnen de definitie van de eerste drie begrippen. De rechtsmacht over de misdaad agressie zal pas ingaan zodra overeenstemming is bereikt over een definitie van dit begrip en een daartoe strekkend amendement in het statuut is opgenomen.[3]
Het oprichtingsstatuut is van kracht geworden op 1 juli 2002. Artikel 11 bepaalt dat het Hof uitsluitend rechtsmacht heeft over misdrijven gepleegd na deze datum.
[bewerken] Werkwijze
Het Internationaal Strafhof is een onafhankelijk instituut dat wel nauw met de Verenigde Naties samenwerkt. Hoofdaanklager bij het Hof is de Argentijn Luis Moreno-Ocampo.
Verdachten worden ondergebracht in het Penitentiair complex Scheveningen onder verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties.
[bewerken] Onderzoeken en vervolgingen
Momenteel worden door de aanklager ernstige misdrijven onderzocht in Oeganda, Congo-Kinshasa, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Darfur (Soedan). In deze gebieden heersen of heersten oorlogen waarin marteling, moord, verkrachting en het ronselen van kindsoldaten regelmatig voorkomen. De regeringen van Oeganda, Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek hebben zelf situaties in hun landen naar het Internationaal Strafhof verwezen, omdat hun eigen rechtsstelsel niet in staat is de noodzakelijke onderzoeken, vervolging en berechting af te wikkelen. Daarentegen is de situatie in de Soedanese regio Darfur naar het Strafhof verwezen door de Veiligheidsraad.[4]
Op 30 september 2009 maakte aanklager Moreno-Ocampo bekend dat hij ook zal overgaan tot vervolging van de hoofdverantwoordelijken van het verkiezingsgeweld van begin 2008 in Kenia. Voormalig VN-secretaris-generaal Kofi Annan, die vergeefs getracht heeft Kenia te bewegen de schuldigen zelf te vervolgen, heeft in juli 2009 een verzegelde lijst met de namen van tien hoofdverdachten aan de aanklager overhandigd. [5]
[bewerken] Aangeklaagden
[bewerken] Oeganda
In december 2003 werd Oeganda het eerste land dat een situatie naar het Internationaal Strafhof verwees. Het betrof de misdrijven gepleegd door de in Noord-Oeganda actieve guerrilla-organisatie Verzetsleger van de Heer. Op 29 juli 2004 maakte hoofdaanklager Moreno-Ocampo bekend dat hij een onderzoek zou openen.[6]
Nadat het parket van de aanklager meer dan vijftig onderzoeksmissies naar Oeganda had uitgevoerd, werd op 14 oktober 2005 bekend gemaakt dat het Hof zijn eerste arrestatiebevelen had uitgevaardigd. Deze golden vijf prominente leden van het Verzetsleger, onder wie opperbevelhebber Joseph Kony en plaatsvervangend leider Vincent Otti, die beiden worden beschuldigd van een groot aantal oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. De drie andere aangeklaagde leidende persoonlijkheden zijn Okot Odhiambo, Dominic Ongwen en Raska Lukwiya. De vijf arrestatiebevelen waren eerder onder zegel uitgevaardigd door de Tweede Preliminaire Kamer van het Hof.[7] De aanklacht tegen Raska Lukwiya is in juli 2007 vervallen verklaard, omdat bewezen werd verklaard dat Lukwiya in augustus 2006 overleden is. Volgens mededelingen van het Verzetsleger is sinds 2007 ook Vincent Otti niet meer in leven, maar de aanklacht tegen hem is tot nu toe niet ingetrokken.
In februari 2008 heeft de regering van Oeganda, in een poging tot een einde van de rebellie te komen, deelakkoorden met het Verzetsleger van de Heer gesloten die onder meer inhouden dat in Oeganda een Bijzonder Gerechtshof gevormd zal worden om tijdens de rebellie gepleegde misdrijven zelf te berechten. Als gevolg hiervan verzoekt Oeganda dat het Internationaal Strafhof de arrestatiebevelen zal intrekken. Tot nu toe weigert aanklager Moreno-Ocampo echter het Strafhof om intrekking van de arrestatiebevelen te verzoeken.[8]
[bewerken] Congo
Op 17 maart 2006 is voor het eerst een aangeklaagde aan het Internationaal Strafhof overgedragen. Het was de Congolese rebellenleider Thomas Lubanga, de aanvoerder van de "Unie van Congolese Patriotten" (UPC), een militie van de Hema-stam in het gebied Ituri in Congo. Hij wordt beschuldigd van het ronselen en de inzet van kindsoldaten. Lubanga zat al een jaar gevangen in Kinshasa en werd door de Congolese autoriteiten aan het Hof uitgeleverd.[9]
Op 17 oktober 2007 werd voor de tweede keer een verdachte aan het Strafhof overgedragen. Germain Katanga, die commandant was van de "Patriottische Verzetsstrijdkrachten in Ituri" (“FRPI”), werd door de Congolese autoriteiten uitgeleverd. Katanga, ook bekend als “Simba”, wordt verdacht van zes oorlogsmisdaden en drie misdaden tegen de mensheid in Ituri. Onder andere moord, seksuele slavernij, en het inzetten van kinderen bij oorlogshandelingen.[10]
De derde aangeklaagde is aan het Hof overgedragen op 7 februari 2008. Dit was de Congolees Mathieu Ngudjolo Chui, voormalig leider van het "Nationalistisch en Integrationistisch Front" (FNI). Dit Front zou met de FRPI van Germain Katanga hebben samengewerkt bij een "systematische en wijdverbreide aanval" op het dorp Bogoro in het gebied Ituri, waarbij 200 mensen om het leven kwamen. Ngudjolo wordt beschuldigd van moord, mishandeling, bedreiging, inzet van kindsoldaten, seksueel geweld en plundering. In Bogoro woonden voornamelijk leden van de Hema-stam. [11]
In maart 2004 had de regering van Congo de situatie in dit land naar het Internationaal Strafhof verwezen. Na Oeganda was Congo het tweede land dat deze stap zette.
[bewerken] Centraal-Afrikaanse Republiek
In januari 2005 werd de Centraal-Afrikaanse Republiek het derde land dat op zijn grondgebied gepleegde misdrijven naar het Internationaal Strafhof verwees. Dit betreft voornamelijk een golf van geweld en misdaad tijdens gewapende conflicten tussen regering en rebellen in 2002 en 2003. Hierbij was sprake van moord op burgers en plundering, maar vooral van vele honderden gevallen van verkrachting. Op 22 mei 2007 maakte de hoofdaanklager bekend dat hij een onderzoek naar in dit land gepleegde misdrijven opende. Het Hof van Cassatie van de Centraal-Afrikaanse Republiek had inmiddels bevestigd dat het rechtsstelsel van dit land niet in staat is alle misdrijven zelf te onderzoeken en te berechten.[12]
Op 3 juli 2008 is de eerste verdachte aan het Strafhof overgedragen die beschuldigd wordt van in dit land gepleegde misdrijven. Het is de vroegere Congolese vice-president Jean-Pierre Bemba, die ervan verdacht wordt misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden gepleegd te hebben toen hij in 2002 met de door hem geleide Congolese Bevrijdingsbeweging (Mouvement de libération du Congo, MLC) intervenieerde in een burgeroorlog in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Bemba was Congo later ontvlucht en werd in België gearresteerd op 24 mei 2008 nadat het Strafhof de dag daarvoor een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd had.[13]
Op 15 juni 2009 sprak het Hof uit dat er "substantiële redenen" waren voor een proces tegen Bemba. Op 14 augustus werd besloten dat Bemba in afwachting van zijn berechting in vrijheid zou moeten worden gesteld, tegen welk besluit aanklager Moreno-Ocampo echter onmiddellijk beroep aantekende.[14] De Kamer van Beroep van het Hof maakte vervolgens op 2 december 2009 het besluit tot zijn vrijlating ongedaan, gezien het risico dat hij zich aan berechting zou onttrekken.[15]
[bewerken] Soedan
Op 31 maart 2005 nam de Veiligheidsraad resolutie 1593 aan, waarin werd besloten ernstige schendingen van de rechten van de mens in de Soedanese regio Darfur naar het Internationaal Strafhof te verwijzen. De Verenigde Staten stemden ondanks hun bezwaren tegen het Strafhof niet tegen, maar onthielden zich van stemming, in ruil voor garanties dat geen in Darfur werkende Amerikanen vervolgd zouden kunnen worden.[16] Op 5 april 2005 zond VN-secretaris-generaal Kofi Annan het Strafhof een verzegelde lijst met de namen van 51 verdachten van in Darfur gepleegde oorlogsmisdaden, welke lijst was opgesteld door een onafhankelijke commissie die sinds 2004 op last van de Veiligheidsraad de in Darfur gepleegde misdrijven onderzocht had.[17]
Op 27 februari 2007 maakte de hoofdaanklager de eerste twee namen bekend van verdachten die hij wilde vervolgen wegens in Darfur gepleegde misdrijven. Het betrof voormalig minister van binnenlandse zaken Ahmad Muhammad Haroen en Ali Muhammad Ali Abd-Al-Rahman, een leider van de Janjaweed-militie, die met steun van het Soedanese leger etnische zuivering in Darfur bedreven zou hebben. Op 2 mei 2007 heeft de Eerste Preliminaire Kamer van het Hof arrestatiebevelen tegen hen uitgevaardigd. [18]
[bewerken] president al-Bashir aangeklaagd
Op 14 juli 2008 diende de hoofdaanklager een aanklacht in tegen de president van Soedan, generaal Omar al-Bashir. Hij wordt verdacht van schuld aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid gepleegd in Darfur door Arabische milities met steun van het Soedanese leger. Op 4 maart 2009 volgde een arrestatiebevel tegen hem, uitgevaardigd door de Eerste Preliminaire Kamer. De regering van Soedan reageerde furieus en wees onmiddellijk tien buitenlandse hulporganisaties uit, die voornamelijk in Darfur werkzaam waren.[19] Soedan erkent het Strafhof niet en veroordeelt de aanklacht. De Afrikaanse Unie wijst de aanklacht af en ook Afrikaanse lidstaten die het Hof erkennen weigeren Bashir te boycotten of aan te houden.
Op 17 mei 2009 meldde voor het eerst een verdachte zich vrijwillig bij het Internationaal Strafhof. Het was de Soedanese rebellenleider Bahr Idriss Abu Garda, die onder meer beschuldigd wordt van de moord op twaalf militairen van de vredesmissie van de Afrikaanse Unie in het noorden van Darfur op 29 september 2007. Er is een dagvaarding tegen hem uitgebracht, maar geen arrestatiebevel. Hij zal in vrijheid zijn berechting mogen afwachten. [20]
[bewerken] Eerste processen
Op 26 januari 2009 is het eerste proces van het Internationaal Strafhof begonnen. Dit betreft het proces tegen Thomas Lubanga, verdacht van het ronselen van kindsoldaten.[21] Op 24 november 2009 ving vervolgens het proces aan tegen twee andere gedetineerde Congolese militieleiders, Germain Katanga en Mathieu Ngudjolo Chui.[22]
[bewerken] Het Strafhof en de Verenigde Staten
Eind 2000 heeft president Bill Clinton ondanks Amerikaanse bezwaren namens de Verenigde Staten het statuut voor dit Strafhof ondertekend. Zijn opvolger, George W. Bush weigerde echter de ratificatieprocedure voort te zetten, met als belangrijkste argument dat het risico te groot was dat Amerikaanse politici of militairen voorwerp van politiek gemotiveerde vervolging zouden worden. Tijdens de regering van Bush hebben de Verenigde Staten veel actie ondernomen tegen het Internationaal Strafhof, onder andere via de American Servicemembers' Protection Act. Met een groot aantal landen hebben de VS overeenkomsten gesloten waarin deze landen toezeggen geen Amerikaanse staatsburgers aan het Strafhof uit te leveren.
In 2002 hebben de Verenigde Staten de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bewogen om uit te spreken dat het Internationaal Strafhof geen personeel dient te vervolgen van een VN-vredesmacht afkomstig uit landen die geen partij bij het Hof zijn, met andere woorden: Amerikaanse militairen. Resolutie 1422 die dit uitsprak gold één jaar, welke termijn in 2003 met een jaar verlengd werd door middel van resolutie 1487. In 2004 strandde echter een Amerikaanse poging om tot verdere verlenging te komen. In de Veiligheidsraad rezen te veel bezwaren als gevolg van het bekend worden van marteling van Iraakse gevangenen in de Abu Ghraib-gevangenis. De Verenigde Staten zagen vervolgens van verdere verlenging af. Het feit dat de Verenigde Staten zich in maart 2005 niet ertegen verzetten dat de Veiligheidsraad de situatie in Darfur, Soedan naar het Hof verwees (zie boven) markeerde een verdere verschuiving in de opstelling van dit land.
[bewerken] regering-Obama
Onder de regering van president Barack Obama is dit nog veel markanter geworden. In november 2009 hebben de Verenigde Staten voor het eerst als waarnemer een vergadering bijgewoond van de Assemblee van Verdragsstaten, het toezichthoudend orgaan van het Strafhof. De Amerikaanse bijzondere gezant voor oorlogsmisdaden, Stephen Rapp, verklaarde hierover: "Onze regering heeft besloten de banden met het Strafhof weer aan te halen." Hij zei verder dat zijn land zal onderzoeken hoe het met het Hof kan samenwerken "om er voor te zorgen dat het een effectief instrument is om mensen voor de rechter te brengen in gebieden waar daarvoor geen andere manieren bestaan". Rapp verklaarde overigens ook dat het nog vele jaren kan duren voordat de Amerikaanse regering het initiatief zal nemen om steun in het Congres te werven voor aansluiting bij het Hof door ratificatie van het statuut.[23]
[bewerken] Zie ook
- Joegoslavië-tribunaal
- Rwanda-tribunaal
- Sierra Leone-tribunaal
- Cambodja-tribunaal
- Libanon-tribunaal
- Burundi-tribunaal
[bewerken] Externe link
| Voor meer mediabestanden zie de categorie ICC van Wikimedia Commons. |
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ The States Parties to the Rome Statute International Criminal Court
- ↑ Coalition for the ICC, 110 States Parties, 38 Signatories, 46 Non Signatories, 1 januari 2010
- ↑ ROME STATUTE OF THE INTERNATIONAL CRIMINAL COURT Het Statuut van het Internationaal Strafhof
- ↑ Situations and cases International Criminal Court
- ↑ Strafhof gaat zaak Kenia beginnen, NRC Handelsblad, 1 oktober 2009
- ↑ Prosecutor of the ICC opens an investigation into Northern Uganda International Criminal Court, 29 juli 2004
- ↑ Statement by the Chief Prosecutor on the Uganda Arrest Warrants International Criminal Court, 14 oktober 2005
- ↑ Internationale Strafhof houdt voet bij stuk, NRC Handelsblad, 5 maart 2008
- ↑ First arrest for the International Criminal Court, International Criminal Court, 17 maart 2006.
- ↑ Second arrest: Germain Katanga transferred into the custody of the ICC, International Criminal Court, 18 oktober 2007.
- ↑ Derde Congolees bij Strafhof, NRC Handelsblad, 7 februari 2008
- ↑ Prosecutor opens investigation in the Central African Republic International Criminal Court, 22 mei 2007
- ↑ Surrender of Jean-Pierre Bemba to the International Criminal Court International Criminal Court, 3 juli 2008
- ↑ Beroep tegen vrijlating Bemba, NRC Handelsblad. 15 augustus 2009
- ↑ Bemba niet vrij op voorlopige basis, NRC Handelsblad, 2 december 2009
- ↑ V-raad: verdachten Darfur naar Strafhof, NRC Handelsblad, 1 april 2009
- ↑ Lijst van 51 Darfur-verdachten bij Strafhof, NRC Handelsblad, 6 aril 2005
- ↑ Warrants of Arrest International Criminal Court
- ↑ Soedan zet ngo`s uit na aanklacht, NRC Handelsblad 5 maart 2009
- ↑ Bahr Idriss Abu Garda arrives at the premises of the Court International Criminal Court. 17 mei 2009
- ↑ Start strafhof mijlpaal voor het recht, de Volkskrant, 26 januari 2009
- ↑ Tweede proces bij Strafhof, NRC Handelsblad, 24 november 2009
- ↑ VS zullen zitting Strafhof bijwonen, NRC Handelsblad, 17 november 2009