Cornelis de Witt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Standbeeld van Johan (links) en Cornelis de Witt in Dordrecht
De lijken van de gebroeders De Witt, opgehangen op het Groene Zoodje aan de Vijverberg te Den Haag, 1672.

Cornelis de Witt (Dordrecht, 15 juni 1623Den Haag, 20 augustus 1672) was pensionaris van Dordrecht en broer van Johan de Witt. De twee broers, zoons van Jacob de Witt en beiden neef van Andries de Witt, studeerden samen. Cornelis trouwde in 1653 met Maria van Berckel. Hij stamde uit het beroemde patriciergeslacht De Witt.

Cornelis was van 1652 tot 1654 lid van de admiraliteit van Rotterdam en werd in 1654 door de Staten van Holland aangesteld als ruwaard van Putten. Hij was ook baljuw van de Beijerlanden. Zijn broer Jacob, die als raadpensionaris een machtig man was, bezorgde Cornelis diverse belangrijke functies. In 1667 had Cornelis het toezicht op de Tocht naar Chatham tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog.

Samen gingen ze uiteindelijk ten onder. Hun pro-Franse politiek mislukte toen Lodewijk XIV de Republiek aanviel tijdens de Hollandse Oorlog. Cornelis ging nog mee met de vloot tijdens de Slag bij Solebay, waar hij grote persoonlijke moed betoonde. Door het oprukken van de Franse troepen naar het hart van het land zag de Oranjepartij de kans schoon het Staatse regime ten val te brengen. In de meeste Staten en vroedschappen namen ze met geweld de macht over. In augustus 1672 werd Cornelis door barbier Willem Tichelaar beschuldigd van het beramen van een moordpoging op prins Willem III. Cornelis werd gevangengezet in de Gevangenpoort te 's-Gravenhage. Ondanks zware martelingen bekende Cornelis niet, zo werden hem op de pijnbank de scheenschroeven aangezet. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat hij volkomen onschuldig was. Omdat Cornelis een eerdere ontmoeting met Tichelaar ontkende, werd hij uiteindelijk vanwege meineed tot verbanning veroordeeld.

Toen zijn broer hem op de dag van de uitspraak uit de gevangenis kwam halen, in de val gelokt door een vervalste brief die zogenaamd van Cornelis afkomstig was, werden beiden vanuit een opgejutte menigte door een groep samenzweerders uit de kliek rond de orangist Johan Kievit uit de gevangenis gesleurd. Zijn broer werd meteen met een nekschot afgemaakt; Cornelis werd neergeslagen, -geschoten en -gestoken, opengereten en ondersteboven opgehangen; toen hij zijn hoofd nog oprichtte, werden hem met twee slagen van een geweerkolf de hersens ingeslagen. Eén aanvaller poogde van zijn ontklede lijk het geslachtsdeel af te bijten; toen dat mislukte ontmande hij hem met een mes, nam het geslacht in de mond en gaf het toen aan een ander die het opat. Weer een ander sneed repen vlees uit de billen om die meteen op te eten. Hierop ging Cornelis Tromp, zwager van Johan Kievit en de man die persoonlijk het sein tot de aanval aan de moordenaars had gegeven, het resultaat bekijken. Daarna werden bij beide broers door Dirck Verhoeff de harten uit het lijf gesneden, die nog jarenlang door deze ter bespotting werden tentoongesteld. De beul die Cornelis gemarteld had zou enkele maanden later op zijn sterfbed nog vergiffenis vragen aan de weduwe.

[bewerken] Biografie

  • De Ware Vrijheid, De levens van Johan en Cornelis de Witt (door Luc Panhuysen, Atlas, 2005)

[bewerken] Externe link


Persoonlijke instellingen