Jacob de Witt
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Jacob de Witt | ||||
| Jacob de Witt door Nicolaes Maes in 1657, Dordrechts Museum | ||||
| Geboren | 7 februari 1589 | |||
| Overleden | 10 januari 1674 | |||
| Partij | Loevesteinse factie, Staatsgezinden | |||
| Titulatuur | heer van Manezee, Melissant en Cromstrijen | |||
| Politieke functies | ||||
| 1639, 40, 46, 47, 54, 55 | burgemeester van Dordrecht | |||
| 1637-1639 en 1649-1650 | lid van de Gecommitteerde Raad van het Zuiderkwartier | |||
| 1644-1645 | extraordinaris ambassadeur te Zweden en Denemarken | |||
| 1657-1672 | rekenmeester der grafelijke domeinen van Holland en West-Friesland te Den Haag | |||
|
||||
Mr. Jacob de Witt (Dordrecht, 7 februari 1589 – aldaar, 10 januari 1674) stamde uit het Dortse regentengeslacht De Witt. Hij was de zoon van Cornelis Fransz de Witt en Johanna Heymans, zijn oudere broer was Andries de Witt. Jacob de Witt was heer van Manezee, Melissant en Cromstrijen[1] houthandelaar, burgemeester en regent van Dordrecht. Zijn beide zonen waren Cornelis en Johan de Witt.
[bewerken] Leven
De Witt studeerde te Leiden en verkreeg er de meestergraad (Meester in de rechten). Hij werd in 1618 penningmeester van de Dordtse Synode en bekleedde vanaf 1639 verschillende ambten. Zo was hij zes maal burgemeester van Dordrecht, maar ook gezant naar Zweden, samen met Andries Bicker.
Als tegenstander van stadhouder Willem II zat hij in de Staten van Holland voor Dordrecht. Hij steunde samen met Andries Bicker en Cornelis de Graeff daar de Vrede van Munster en diende in mei 1650 een voorstel in om vanwege de vrede troepen af te danken. Dit besluit leidde tot de staatsgreep van de stadhouder, die een heimelijke aanval op Amsterdam had beraamd. Op 30 juni 1650 werd Jacob de Witt op het Binnenhof samen met vijf andere vooraanstaande Statenleden, gearresteerd. De burgemeesters van Delft, Hoorn, Medemblik, Haarlem en Dordrecht werden gevangen gehouden op slot Loevestein. Op 17 augustus werden ze vrijgelaten, nadat de troepenreductie ongedaan was gemaakt. Deze internering was aanleiding voor het ontstaan van de benaming Loevesteinse factie voor de staatsgezinde, antistadhouderlijke groepering in de Republiek.
Als raad en rekenmeester van Holland en West-Friesland vestigde hij zich in 1657 in Den Haag. Na de moord op zijn zoons op 20 augustus 1672, op welke dag hij in veiligheid werd gebracht, ontweek hij Den Haag, bracht nog korte tijd te Dordrecht door en overleed aldaar op 10 januari 1674.
Als een vrucht van zijn overpeinzingen op zijn eenzame wandelingen ontstond een handschrift met stichtelijke gedichten, lofzangen en korte gebeden, tot in zijn sterfjaar bijeengebracht en door zijn familie uitgegeven. Zij zijn van geringe letterkundige waarde, hebben dus alleen betekenis wegens zijn persoon en diens geslacht, en zijn getiteld: Eenvoudige uitdruksels van godt-vruchtige gedachten, enz. (Dordrecht 1674).
| Voorganger: Andries de Graeff |
Rekenmeester van Holland en West-Friesland 1657-1672 samen met Nanning van Foreest (1636-1668), Paulus Teding van Berkhout (1649-1672), Gerard Pauw (1652-1676) en Gerard Bicker (I) van Zwieten (1669-1716) |
Opvolger: Johan Meerman en Arent van der Graeff |
Bronnen, noten en/of referenties:
- Dit artikel is geheel of gedeeltelijk gebaseerd op een artikel uit het Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde van F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks uit 1888-1891, dat vanwege zijn ouderdom vrij is van auteursrechten.
- Jacob de Witt op DBNL
- Portretten van Jacob de Witt en Anna van den Corput, zijn vrouw
Voetnoten:
Literatuur
- H. P. Fölting: De landsadvocaten en raadpensionarissen der Staten van Holland en West-Friesland 1480-1795. Een genealogische benadering. Deel III. In: Jaarboek Centraal Bureau Voor Genealogie. Deel 29 (1975 Den Haag; Centraal Bureau Voor Genealogie)
- C. A. van Sypesteyn: De geslachten De Witt te Dordrecht en te Amsterdam. In: De Nederlandsche heraut. Tijdschrift op het gebied van geslacht-, wapen- en zegelkunde jrg. 3 (1886 's-Gravenhage; C. van Doorn & zoon)