Wieldrecht
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
|
|||
|
|
|||
|
|
|||
| Provincie | Zuid-Holland | ||
| Gemeente | Dordrecht | ||
|
|
|||
| Inwoners | 163 (CBS, 1-1-2007) | ||
|
|||
Wieldrecht is een buurtschap in de gemeente Dordrecht, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het ligt in het westen van de gemeente aan de Dordtse Kil op het Eiland van Dordrecht.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
Wieldrecht was een van de achttien dorpen in de Groote of Hollandsche Waard op het moment dat die door de Sint-Elisabethsvloed (1421) verdronk. In de late zestiende eeuw begonnen de erfpachters van het ambacht Dubbeldam hun bezit weer in te polderen; Wieldrecht verscheen als een van die polders en hoorde bij Dubbeldam, tot het in 1659 een onafhankelijk ambacht werd. Het ambacht strekte zich overigens tot in de huidige Hoekse waard uit. Het dorpje groeide echter, anders dan Dubbeldam, niet noemenswaardig.
[bewerken] Even zelfstandig
In 1816 werd de gemeente Wieldrecht gevormd, die in 1856 verdeeld werd onder 's-Gravendeel (westelijk deel) en Dubbeldam (dorp en oostelijk deel).
[bewerken] Tweede Wereldoorlog
Bij de Duitse inval in 1940 werd het dorp door oorlogshandelingen vrijwel geheel verwoest.
Op 18 Mei 1940 schrijft Jacob Keller, gepensioneerd landbouwer en woonachtig in Wieldrecht, het volgende in zijn dagboek over de Duitse inval: "Verleden week vrijdag morgen kwart voor vier (gewone oude tijd) werd ik wakker van motorgeronk. Ik stond op en dacht: ‘dat is zeker een oefening van het leger’ en ik ging weer naar bed. Maar even later stond ik weer op want ‘t geraas nam toe. Ik kleedde mij aan en zou even buiten gaan kijken. Maar op ‘t zelfde oogenblik raasde een vliegtuig over ons heen en hoorde ik mitrailleurvuur en bomontploffing. De Vrouw kleedde zich haastig en wachtmeester Streefkerk – bij ons ingekwartierd – holden de trap af en riep ‘dat is een luchtgevecht.’
Wij gingen alle naar buiten en zagen een schouwspel om nooit te vergeten. ‘t Leek of er wel honderd vliegtuigen in ‘t zuiden aan de lucht waren en daar zagen we de witte valschermen, door de ochtendzon beschenen gelijk groote paddestoelen naar beneden komen. Een aanval op de bruggen van de Moerdijk dachten wij. We gingen, toen de vliegtuigen weg waren, rustig thee drinken met een beschuitje en gingen daarna eens kijken bij ‘t veer wat er gebeurd was. Het bleek dat de boerderij op de Krabbepolder gehavend was en dat er te Wieldrecht, hier en daar ruiten gesprongen waren. Waar de bom gevallen is weet ik tot op heden nog niet. We leefden rustig verder tot dat om een uur of acht een mitrailleurkogel tusschen ons door floot en tegen ons huis sloeg. Om tien uur reed onze veearts, onze buurman, rustig uit voor de praktijk. Tegen de middag kwam hij terug en vertelde dat de Duitschers hem al aangehouden hadden en dat Amstelwijck al in hun bezit was. We aten ons middagmaal en begonnen er over te praten naar ’s Gravendeel te gaan. Eerst was ik er tegen, want men weet van te voren niet waar ‘t het gevaarlijkst zal worden. Maar de veearts met zijn vrouw en oude moeder toog weg. En vluchten werkt aanstekelijk. Om ongeveer half twee gingen we met gepakte koffers alsof we uit logeeren gingen. (...) Te Wieldrecht konden we niet over want de pont moest te ’s Gravendeel blijven. Men liet ons minstens 1 1/2 uur wachten, eer we met een motorbootje werden overgezet. (...) Later bleek dat terwijl wij thuis nog rustig koffie dronken er verwoed werd gevochten te Willemsdorp, op den Tol en verder tot Amstelwijck. Mitrailleurvuur hoort men niet ver als het een beetje waait. (...) Onze eerste oorlogservaring is, het totaal ontbreken van berichten. De telefoon zwijgt, de radio zegt af en toe iets onbeduidends, de post ligt stil, telegraveeren geen kans. Men moet dus afgaan op ‘t verslag van menschen die wat gezien hebben. En nu zijn veel menschen genegen de overdrijven en te fantaseeren in ‘t gewoonen leven. En die fout wordt erger, wordt gevaarlijk ten tijde van zenuwachtige angst. Zoo zaten we op een avond, de Vrouw en ik te samen, de tijding te verwerken van een ooggetuige, dat geheel Wieldrecht, ook ons huis, in den as lag. (...) Woensdag bevonden we dat de aangerichte schade erg meeviel. Maar 22 gezinnen in Wieldrecht waren dakloos, dat was wél waar. Zoodra we thuis waren begonnen we de zaak op te knappen. Van de deur tusschen keuken en bijkeuken was ‘t paneel uitgetrapt. Zoo goed en zoo kwaad als ‘t ging herstelde ik dat en dat gaf direkt een beter aanzien. Een ruit van de deur der tuinkassen was ingetrapt om die deur te kunnen openen. Een timmerman zette die ruit er in van een broeizaam glas. Toen was de achterkamer op orde. In de voorkamer waren drie ruitjes stuk van ‘t glas in lood, de Vrouw plakte er een gekleurd papiertje over en in zooverre was toen ook de voorkamer in orde. De alcoof was onbeschadigd. Ook de gang en de trap waren onbeschadigd. ‘t Ruitje in de voordeur was stuk, door een kogel die tegen ‘t ijzeren lofwerk te pletter was geslagen oven op de slaapkamer waren 7 kogels door de ramen gekomen. Vier daarvan hadden de muur van de badkamer doorboord en ‘t pleisterwerk beschadigd. Er waren maar twee dakpannen kapot. Verder waren er ruim 20 kogels tegen de voorgevel gkomen en hadden daar de stenen beschadigd. De schade aan onze woning viel dus erg mêe. Bij W. Visser was ‘t tienmaal erger en diens buurmand Wemeling, het mooiste huis van den Beerweg, was afgebrand.[1]"
[bewerken] Naoorlogstijd
Bij de Wederopbouw werd Wieldrecht een deel van de stadsbebouwing van Dordrecht, ten noorden grenzend aan industrieterreinen. Vanaf 1970 hoort het bij Dordrecht. In 1977 verloor dit voormalige dorp zijn belangrijkste functie toen de Kiltunnel werd geopend en het veer over de Kil naar 's-Gravendeel werd opgeheven.
Na de oorlog werd de Voetbalvereniging vv Wieldrecht opgericht, die tegenwoordig in de wijk Sterrenburg ligt.
[bewerken] Referenties
| Gemeente Dordrecht | |
|---|---|
|
Eiland van Dordrecht |