Scheepswerf De Delft
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Scheepswerf 'De Delft' in Rotterdam (Delfshaven) is opgericht in 2001. Op deze werf wordt een replica van 's Lands Schip van Oorlog Delft (1783-1797) gebouwd. De scheepswerf ligt aan de Schiehaven in het Lloydkwartier.
Inhoud |
[bewerken] Linieschip Delft
Op 27 mei 1782 is door het Admiraliteitscollege van de Maze de opdracht verstrekt aan de werf De Hoog & de Wit te Delfshaven om een linieschip van 50 stukken te bouwen met de naam DELFT. Het is 16 mei 1783 als 's-Lands Schip van Oorlog Delft in Delfshaven te water wordt gelaten. In de veertien jaren van haar bestaan, zal dit linieschip vele malen worden ingezet om grote konvooien particuliere handelsschepen en de koopvaardijschepen van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC) in de Europese wateren te escorteren en te beschermen.
[bewerken] Proefvaarten
Na de tewaterlating wordt de Delft naar Hellevoetsluis gebracht om verder opgetuigd te worden. Vroeg in de ochtend van de eerste januari 1787 komt Jan Schreuder Haringman in Hellevoetsluis als eerste kapitein aan boord. In juni van dat jaar vertrekt de Delft voor een oefentocht van tien maanden op de Noordzee, het Kattegat en Het Kanaal. Onder het commando van Haringman wordt een begin gemaakt met diverse zeilexercities. Hierbij wordt al gauw duidelijk dat de Delft een verbazingwekkend snel schip is. Handelsschepen van de VOC en de WIC, die beladen met kostbare lading terugkeren van verre handelsreizen, worden in de Europese wateren begeleid en beschermd door de Delft.
[bewerken] Eerste missie
Op 24 december 1787 vertrekt de Delft voor haar eerste kruistocht van negentien maanden naar de Middellandse Zee. Het eskader, waarvan de Delft vlaggenschip is, bestaat uit een zevental schepen. Naast het beschermen van Nederlandse handelsschepen, is het belangrijkste doel van deze reis het versterken van de vriendschapsbanden met de Marokkaanse keizer om onder andere een vermindering te bereiken van de kapingen door de Barbarijse kapers van VOC-schepen voor de kust van west Afrika. Kapitein Haringman wordt hiervoor speciaal tot ambassadeur benoemd door de Staten-Generaal. In 1789 keert het schip terug naar haar thuishaven, Hellevoetsluis en wordt leeggehaald, volledig gecontroleerd en opgelegd.
[bewerken] Tweede missie
Op 31 mei 1793 wordt Theodorus Frederik van Capellen tot de nieuwe commandant van de Delft benoemd. Het schip wordt opnieuw van een koperen huid voorzien en in orde gebracht voor een nieuwe opdracht. Onder zijn commando wordt het schip ingezet bij het bevrijden van 75 Hollandse slaven (zeelieden) uit Algerije. Deze tweede kruistocht duurt 16 maanden. De Delft keert terug naar de rede van Vlissingen in september 1794 en moet daar blijven vanwege strenge vorst. De Fransen veroveren ondertussen Holland, en in 1795, ontslaat het nieuwe, Fransgezinde, Bataafse bewind alle prinsgezinde officieren. Het is een rommelige periode. Op gezag van de Fransen wordt de Delft geheel onttakeld, waarbij onder meer de kanonnen worden afgezet. De angst bestaat dat de wapens wel eens tegen de overheersers kunnen worden gebruikt.
[bewerken] Derde missie - slag bij Kamperduin
Een paar dagen later wordt het schip echter weer helemaal opgetuigd, want het is misschien toch wel handig om het in te kunnen zetten ... En zo maakt de Delft kennis met haar derde commandant, kapitein-ter-zee Gerrit Verdooren van Asperen. Onder Britse dreiging zeilt de Delft van Vlissingen naar Hellevoetsluis en later door naar het Nieuwediep bij Den Helder.
In 1797 wordt de Delft inderdaad ingezet: bij de Zeeslag bij Kamperduin. Met 375 koppen aan boord en voorzien van 60 kanonnen kiest de Delft zee. Tijdens de slag raakt de Delft, na zich moedig te hebben geweerd tegen de Engelsen, zwaar beschadigd. Het wordt door de Engelsen op sleeptouw genomen als oorlogsbuit, maar het maakt zwaar water. Op zondag 15 oktober 1797 (vier dagen na de zeeslag) omstreeks 02.30 uur 's nachts zinkt de Delft in een ruwe zee, een aantal mijlen uit de kust bij Scheveningen. Ruim 135 bemanningsleden van de Delft vinden de dood. Uit respect voor de door de bemanning geboden tegenstand wordt het tijdens de slag door de Engelsen buitgemaakte linieschip Hercules omgedoopt in Delft.
[bewerken] Herbouw
In 1977 zijn restanten van het wrak teruggevonden. Onder andere één van de ankers en een aantal kanons zijn aan wal gebracht door vissers en liggen nu op het voorterrein van de werf. Nadien zijn er op aanwijzing van de vissers door de Scheveningse duikvereniging "Sirene" nog talloze voorwerpen geborgen, waarvan er velen ook in het museale gedeelte van de werf zijn tentoongesteld en die hebben geholpen om een beter idee te krijgen over de wijze van scheepsbouw aan 't eind van de 18e eeuw.
In 2001 is een samenwerkingsovereenkomst tot stand gekomen tussen Scheepswerf 'De Delft' en het Albedacollege, Sociale Zaken en de gemeentelijke dienst Werkstad. Sinds 2001 werken vrijwilligers naast leerlingen van het Albedacollege en deelnemers aan re-integratieproject aan de herbouw van linieschip 'De Delft'. Met een lengte van 63 meter en een hoogte van 57 meter wordt linieschip 'De Delft' één van de grootste replica's ter wereld.
Inmiddels hebben een drietal andere replica-schepen Scheepswerf 'De Delft' bezocht: de in Australië herbouwde Duyfken[1] en Endeavour[2] en de Russische Shtandart.[3]
De scheepswerf en het schip zijn opengesteld voor publiek. De werf heeft tevens een bezoekerscentrum met werkplaatsen en een museumgedeelte. Ook is er een restaurant gevestigd.
[bewerken] Bronnen
- Fischer, J.F. Fzn.; (1997); 's Lands Schip van Oorlog Delft.