Land van Arkel
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Land van Arkel was een leenschap van de graven van Holland, beheerd door de heren van Arkel vanaf de vroege 10e eeuw tot aan 1412. Het grondgebied omvatte vanaf het zuiden, de rivier de Merwede en in het oosten, het riviertje de Linge, het noorden zou tot aan het hedendaagse Everdingen gereikt hebben en in het westen tot ongeveer de rivier de Lek. Hedendaagse plaatsen in het grondgebied zijn o.a. Leerdam, Arkel, Heukelum, Asperen, Hagestein, Haastrecht en Gorinchem.
Inhoud |
[bewerken] Grondgebied
Rond de tweede helft van de 9e eeuw krijgt ene Heiman een grondgebied toebedeeld dat wordt omschreven als het Land van Arkel, gelegen ten zuiden van Kennemerland en Amstelland of omschreven als gelegen tussen IJssel en Merwede-Linge. Onduidelijk is precies gebleken hoe groot het daadwerkelijk was, maar alles centreerde zich op de heerlijkheid Arkel. Pas in de 12e eeuw komt er meer duidelijkheid over het grondgebied en de uitbreiding daarvan. Dan bevat het grondgebied vanaf de Merwede en Linge circa 60 km omtrek, daarbij komt nog de heerlijkheid Heukelom in 1230 bij, dat de heren verkrijgen. In 1260 kregen de heren Bergambacht in hun bezit, het nadeel is dat de eigendommen verspreid liggen. In 1272 wordt de havenplaats Gorinchem opgekocht en mag er tol geheven worden op de Lek als ook de Merwede. In 1305 erven de Heren het grondgebied van der Lede (Leerdam), wat hun land verbind met Heukelom en hun eigen Arkel daarbij. In 1351 komen nog de landerijen rond de Lek erbij en ook Haastrecht wordt toegevoegd, rond die periode is het grondgebied zo groot dat de heren bijna een graafschap konden stichten, maar omdat ze leenheren waren, was dit uitgesloten.
[bewerken] Geschiedenis
[bewerken] Eerste generatie
Heiman, afkomstig uit Hongarije strijkt neer in Holland en krijgt van de graaf enkele landerijen toebedeeld rond de Linge, wat later bekend zou staan als het land van Arkel, het dorp Arkel (ca. 900) zou toen al bestaan. Van hier uit zou het geslacht Arkel vele jaren de macht hebben onder leenschap van de graven van Holland. In de volgende jaren wordt de heerlijkheid Heukelom geërfd, maar wordt later weer verkocht. Jan II sticht een kerk in het gebied Speijk en haalt de banden met de graven van Bentheim aan. De van Arkels houden zich ook bezig in het Heilige land, zo gaat Jan I met een grote groep op pelgrimage en Jan III neemt deel aan de eerste kruistocht. In 1215 trokken Jan VI en zijn zoon Jan (de latere (VII)) in de kielzog van graaf Willem I van Holland mee op de Vijfde kruistocht, in een kroniek uit de 13e eeuw staat van een deelname van de heren van Arclo beschreven. Na hun deelname bij het Beleg van Damiate (1217) kregen ze, net als andere edelen uit Holland en Friesland, een symboliek toebedeeld dat zou fungeren als het stamwapen van het huis Arkel. Het wapen is tegenwoordig terug te vinden in het gemeentewapen van Giessenlanden.
[bewerken] Tweede generatie
Rond 1234/40 zou Herbaren (II) van Lede, naar Arkel getrokken zijn om de nederzetting voort te zetten waaruit het tweede geslacht Arkel zou ontstaan. De heerlijkheid Lede (vermoedelijk gelegen net ten zuiden van het hedendaagse Leerdam) liet hij na aan zijn jongere broer. Zijn zoon Jan wordt in een kroniek genoemd uit 1253 als leenheer van de graaf van Holland en krijgt een wat groter grondgebied toebedeeld dat zich strekt tot aan de rivier, waardoor er een bloeiende handel uit zou ontstaan en de heren van Arkel grote verdiensten konden halen. Er werden diverse kastelen gesticht, waarvan de meest bekende in Asperen, Haastrecht en in Gorinchem (1267) stonden, waar de heren grotendeels verbleven. Jan II van Arkel laat het kasteel van Gorinchem in 1290 opdragen aan zijn leenheer Floris V van Holland, uit eerbied voor diens gezag.
[bewerken] 1300-1412
In 1305 erft Jan X van Arkel het Heerlijkheid van der Lede nadat Jan II van der Lede overlijdt zonder nageslacht. Otto van Arkel gaf Gorinchem evenals Hagestein en Leerdam in 1382 stadsrechten. De macht van de heren van Arkel was op zijn hoogst eind 14e eeuw; de burcht die aan de oostelijke oever van de stad Gorinchem stond, werd niet voor niets De Keizerlijke burcht genoemd, omdat die niet onderdeed voor menig ander burcht. Het hertogdom Gelre, het graafschap Holland en het Bisdom Utrecht zagen lijdzaam toe hoe het leenschap zich razendsnel ontwikkelden tot een sterke tegenstander. Wat volgde waren de Arkelse Oorlogen (1401-1412), vooral na een dispuut met Albrecht van Beieren, Jan V wist stand te houden tot 1412, maar werd verdreven tot aan Vuren, waar hij gevangen werd genomen en zijn verdere leven sleet in Gouda en Leerdam. Zijn zoon Willem wist nog een opstand te creëren in 1417, maar werd daarbij gedood. Het geslacht kwam tot een einde of werd versmolten met het geslacht Egmond (zie; Maria). De burcht in Gorinchem werd afgebroken in (1413), en er werd een nieuwe gebouwd, deze zou bekend staan als de Blauwe Toren, ten zuiden van de stadsmuren voor de graven van Holland en later Bourgondië.
[bewerken] Heren van Arkel
[bewerken] Eerste tak
- Heiman (c.950)
- Foppe van Arkel (overleden 1008)
- Jan I van Arkel (990 - overleden 1034)
- Jan II van Arkel (1010 - overleden 1077)
- Jan III van Arkel (1060 - overleden 1118)
- Jan IV van Arkel (1085 - overleden 1143)
- Folpert van Arkel (broer van Jan IV, oprichter tweede tak)
- Jan V van Arkel (1105 - ??)
- Jan VI van Arkel (overleden 1227)
- Jan VII van Arkel (overleden 1234)
[bewerken] Tweede tak
De nakomelingen van Folpert, die het heerlijkheid Lede bezaten, erven na het overlijden van Jan VII, ook de heerlijkheid Arkel.
-
- Herbaren I van Lede (1140)
- Floris of Folpert van Lede (1204)
- Herbaren II van Lede (ca.1200 - 1257), krijgt het recht over de heerlijkheid Arkel (Arcelo, Arclo).
- Jan I van Arkel (VIII), (1233 - 1272), bijgenaamd De Sterke.
- Jan II van Arkel (IX), (1269 - 1296)
- Nicolaas van Arkel regent (overl, 1345)
- Jan III van Arkel (X), (1280 - 1324),
- Jan IV van Arkel (XI), (1305 - 1360)
- Otto van Arkel (1330 - 1396)
- Jan V van Arkel (XII), (1362 - 1428), bijgenaamd De Stadhouder.
- Willem van Arkel, opvolger en zoon van Jan V, het leenschap werd echter ingevorderd door het graafschap Holland.
- Maria van Arkel, dochter van Jan V, huwde met een van Egmond.
[bewerken] Vondsten
In 2003 werd er een pilaar gevonden bij de Artilleriekade en Struisvogelstraat te Gorinchem. Deze stamde uit de 14e eeuw en moet van het woonhuis geweest zijn waar de heren van Arkel verbleven. Aan de Dalemsedijk zijn ook veel bevindingen en opgravingen gedaan in het wijdschild, een grasperk net buiten het oosten van de stad, men heeft een aantal pogingen ondernomen om de groote van het toenmalige kasteel te bepalen met een elektronische vlieger, wegens te moeilijke weersomstandigheden is dit nog niet gelukt. In 2006 werd er in Hagestein de funderingen van een kasteel vrijgegraven die aan de heren van Arkel toebehoorde.
[bewerken] Referenties
Bronnen, noten en/of referenties:
- Stamkot, B. (1987), de Geschiedenis van Gorinchem, (1987).
- Groesbeek, J.W. (1954), "De heren van Arkel", De Nederlandsche Leeuw 1954, kol. 216.
- Waale, M.J. (1990) De Arkelse Oorlog, 1401-1412. Hilversum: Verloren.
- Arklenia Vetera, geschrift van onbekende auteur.