Rotterdamse tram
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Rotterdamse tram | ||||
| Een Rotterdamse Citadis bij station Schiedam | ||||
| Basisgegevens | ||||
| Locatie | Rotterdam | |||
| Vervoerssysteem | Tram | |||
| Aantal lijnen | 8 | |||
| Aantal voertuigen | 120 | |||
| Spoorwijdte | 1435 mm mm | |||
|
||||
De Rotterdamse tram wordt geëxploiteerd door de RET (Rotterdamse Elektrische Tram). Het is het kleinste stadstrambedrijf van Nederland.
De spoorwijdte is 1435 millimeter (normaalspoor), de bovenleidingspanning is 600 volt en het tramnet is geschikt voor eenrichtingtrams.
[bewerken] Geschiedenis
De RET heeft twee tramwegmaatschappijen in Rotterdam als voorganger gehad, respectievelijk de RTM en de RETM.
In 1878 werd de RTM (Rotterdamsche Tramweg Maatschappij) opgericht. De eerste paardentram in Rotterdam reed in 1879. De RTM reed tot 1904 met paardentrams en stoomtrams in en om de nog niet uitgebreide stad.
Een nieuwe vorm van stadsvervoer, de elektrische tram, kwam met de oprichting van de nieuwe RETM (Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij) in 1904. Op 18 september 1905 nam de RETM de eerste elektrische tramlijn in gebruik, lijn 1 Honingerdijk – Beurs – Park; in hetzelfde jaar kwamen er al vijf lijnen bij. In 1907 en 1908 kwamen er nog meer lijnen bij en kwam het totaal op negen lijnen. Het maximum werd bereikt in 1930 toen de Rotterdamse tram 25 lijnen had. De rijtuigen waren in het begin donkerblauw, later crème en vanaf de jaren '30 okergeel.
In deze jaren verzorgde de RTM uitsluitend het vervoer naar en van de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden.
De RETM heeft na enkele jaren onderhandelen het trambedrijf aan de gemeente overgedragen. Op 4 april 1927 valt het Raadsbesluit en op 15 oktober van dat jaar wordt de RETM een gemeentelijk vervoerbedrijf en krijgt het de naam RET (Rotterdamse Elektrische Tram), de 1903 werknemers komen in dienst van de gemeente.
[bewerken] Materieelgeschiedenis motorwagens
[bewerken] Tweeramers
In 1905 arriveerden de eerste elektrische trams in Rotterdam, de serie 1-20. Deze motorwagens met twee van boven licht gebogen ramen en in blauw geschilderde wagenbakken met bruine zijpanelen en veel Jugendstil motieven, zijn gebouwd door de Belgische firma Metaliurgique uit Charleroi. Zij hebben een grote gelijkenis met de eerste Haagse elektrische trams (ook serie 1-20). De balkons zijn open zodat de bestuurder aan al het goede en slechte weer wordt blootgesteld. 10 wagens hadden langsbanken en de andere dwarsbanken. In 1912 werden deze trams crème geschilderd en kregen een gesloten balkon. In 1922 werden de 2 gebogen zijramen vervangen door 6 kleine raampjes. Wagen 1 en 11 zijn voor het nageslacht bewaard gebleven en rijvaardig.
[bewerken] Drieramers
Net als in Den Haag is de volgende serie trams voor Rotterdam wegens de enorme uitbreiding van het tramnet (zie kaart) groot. De trams uit de serie 21-126 zijn groter dan hun voorgangers en hebben drie zijramen en nog wel langsbanken. Ze worden in blauwe kleur afgeleverd maar ze worden later ook crème geschilderd. Van het begin aan hebben deze trams al een afgeschermd balkon. In 1908 wordt door de tramfabrikant Allan uit Rotterdam een vervolgserie gebouwd: 127-151. Ook deze waren eerst blauw, later crème en werden tussen 1938 en 1941 nog omgebouwd tot bijwagen. Ze kregen toen de RET-kleuren zwart en okergeel. De wagens 86, 109, 119 en 123 zijn als museumtram bewaard gebleven terwijl de Tramweg-Stichting nog de beschikking heeft over motorwagen 115.
[bewerken] Vierramers, Parkwagens, Delmez-wagens
In 1913 kwam de serie 152-201 in dienst. Dit waren grote trams met 4 zijramen en boven ieder raam twee kleine ventilatieraampjes. Feitelijk betrof het twee deelseries die van elkaar verschilden door hun gering lengteverschil en een grotere afstand tussen de twee assen. Hun bijnaam ‘Parkwagens’ kregen zij omdat zij allereerst in dienst kwamen op de nette lijn 1 naar het Park. In 1930 werden de wagens omgebouwd en kregen de bekende zwart en okergele uitrusting, automatisch bedienbare deuren en een pantograaf als stroomafnemer in plaats van een sleepbeugel. In de Tweede Wereldoorlog werden de wagens bijwagens en kregen een 1 voor hun wagennummer. Als museumtram is de 192 bewaard gebleven.
In 1924 stroomde de Delmez-serie in, genummerd 202-221, gebouwd door Allan. Zij lijken wat betreft uiterlijk wat op de Haagse serie 800 met hun 3 grote en 2 driekwart zijramen. Ze waren afgeleverd met twee eenassige draaistellen maar tijdens de ombouw eind jaren 1930 kregen zij een tweeassig draaistel en waren dan ook de langste tweeassers die bij de RET dienst hebben gedaan.
[bewerken] Vierassers
De RET, die de RETM opvolgde, kreeg in haar nieuwe directeur Dr. Ing. J.G.J.C. Nieuwenhuis een zeer vooruitstrevend man. Hij moderniseerde de Rotterdams tram met een enorme serie vierassige trams op twee draaistellen. In 1929 arriveerde de serie 401-450, 12 meter lange trams reeds geschilderd in zwart en okergeel met een groot middenbalkon waardoor in- en uitstappen werd versneld. Allan, Talbot in (Aken) en Werkspoor bouwden en leverden de trams in Rotterdam af. 20 bijwagen (1001-1020) werden bijgeleverd. Deze werden later tot motorwagens serie 451-470 omgebouwd. In 1931 volgde nog een grote bestelling, de serie 471-570 zodat de RET 170 identieke motorwagens had die op alle lijnen konden worden ingezet. De 551-570 zijn gebouwd door Beijnes te Haarlem. Op de zwaarst bezette lijnen werden de nieuwe bijwagens serie 1001-1020 aangehangen. Deze trams golden als een van de modernste in het vooroorlogse Europa. Enkele motorwagens werden in de Tweede Wereldoorlog tot éénrichtingswagens omgebouwd. Tot in de jaren zestig vormden deze trams de ruggengraat van het Rotterdamse trambedrijf. Dit werd de kleine serie 301-306. Vele wagens hebben een museale bestemming gekregen.
Na de bevrijding schafte de RET pas in 1950-51 weer trams aan. Men borduurde voort op het vooroorlogse succes van de vierassers met de serie 102-135 aangevuld met twee prototypes (571-572). Feitelijk was dit door Allan gebouwde tramtype echter toen reeds verouderd omdat al volop met andere tramtypes, waaronder gelede trams met passagierscirculatie, werd geëxperimenteerd. Alleen het gebruik van aluminium in deze serie kan als modern worden gezien. De serie had mooie bijwagens, de tussen 1948 en 1951 afgeleverde serie 1021-1056.
[bewerken] Schindlers
In de jaren 1950 zocht de RET naar vervangende trams om de laatste tweeassers te kunnen afvoeren. Dit werden de serie 1-15 (1952) en 231-244 (1957). Deze twee series werden gebouwd door Wagonfabrik Schindler A.G. in Pratteln, (Zwitserland). Bij de RET had men lichtgewicht trams in Bazel gezien die grote indruk maakten en tevens wilde men passagierscirculatie – achter instappen, langs een zittende conducteur gaan en voor of in het midden uitstappen – invoeren. De wagens waren ook de eerste met een verlaagde instap. Helaas vielen zij op door hun onrustige loop; ze schommelden. Waren voor de vierassers nog twee grote stappen nodig om in te stappen, bij de Schindlers konden passagiers volstaan met één kleine stap. Door de meerdere deuren konden passagiers ook niet meer elkaar hinderen bij het in- en uitstappen wat de dienstuitvoering versnelde. Tussen 1982 en 1985 werden deze trams afgevoerd. Enkele zijn voor het museum bewaard gebleven.
[bewerken] Düwags
Na de Schindlers werd de Düsseldorfse tramfabriek Düwag hoofdleverancier van de RET. De serie 251-274 was de eerste enkelgelede serie volgens dit toen reeds beproefde recept. In 1974 werd deze serie omgebouwd tot dubbelgelede trams en werd omgenummerd in 301-324. De serie 351-386 werden reeds als dubbelgelede variant afgeleverd. De rijtuigen uit de serie 601-635 van enkele jaren later (1969) werden als enkelgeleed aangekocht, maar werden bijna alle ook omgebouwd tot dubbelgelede exemplaren; die exemlaren kregen een "1" voor hun nummer en vormden aldus de serie 1600. Vele van de trams uit de series 251-274, 351-386 en 600/1600 zijn nog veelvuldig verbouwd en herschilderd en enkele zijn in Oostbloklanden terechtgekomen.
[bewerken] Vervolg
In de jaren '80 werden 100 nieuwe gelede trams in openbaar-vervoer geel afgeleverd. Deze trams werden genummerd in de 700 en 800-serie en vervingen de oude gelede trams uit de jaren vijftig en zestig. Deze series waren van een nieuw concept, het voor de RET Zwevend Geleed Tramrijtuig (ZGT) ontwikkelde type. De serie 700 is volledig nieuw gebouwd, terwijl bij de serie 800 gebruik is gemaakt van het tractie- en besturingssysteem van de serie 251-274 en 351-386. Bijna alle 700-en doen tot op heden nog dienst. De serie vijftig wagens van de serie 800 is inmiddels (2009) op enkele explaren na uit de actieve dienst. Een deel van de rijtuigen is verkocht of geschonken aan Roemenië.
In de jaren '90 werden voor de huiskleur de Rotterdamse kleuren groen en wit ingevoerd (later vervangen door groen en zilver). Tot mei 2003 deed ook de serie 1600 (deze nummering werd toegekend aan verlengde 600-en) dienst. Een aantal van deze trams is in 2005 eveneens geschonken aan Roemenië.
[bewerken] Materieelgeschiedenis bijwagens
Rotterdam heeft enkele series bijwagens gekend. Een aantal kleine series open aanhangwagens vooral geschikt voor goed zomerweer. Deze tweeassige series zijn gebouwd rond 1907 en hadden de nummers 201-210, 291-300, 211-240 en 261-290. Gesloten bijwagens kende de RET(M) in de volgende series:
- Serie 301-350: wagens die eerst als paardentram hadden gefungeerd. Kleine tweeassers met drie kleine zijramen en open balkons.
- Serie 351-360 (later 1351-1360). Mooie tweeassige wagens met drie grote, lang naar beneden doorlopende ramen die later zodanig werden gemonteerd dat ze geheel neer beneden konden zakken. Deze wagens werden in de jaren 1930 omgenummerd en herschilderd en deden nog tot ver in de jaren 1950 dienst.
- Serie 361-406 waren tussen 1915 en 1921 afgeleverde tweeassige bijwagens, merendeels door Allan gebouwd, met 4 ramen. Ze leken qua uiterlijk sterk op de Delmez-motorwagens en waren er visueel een mooi geheel mee.
- Voorts waren er twee series 1001-1020. De eerste serie was voorbereid om tot motorwagens te worden omgebouwd. Dit werd motorwagenserie 451-470. De tweede serie 1001-1020 is tot het begin van de zestiger jaren in dienst geweest, voornamelijk op lijn 2 (CS - Charlois) en is toen volledig gesloopt; de huidige museumbijwagens met nummers uit de serie 1001-1020 zijn gereconstrueerd uit wagens van de serie 400-570.
- De series 1127-1151 en 1152-1201 waren tot bijwagen omgebouwde motorwagens (127-151 en 152-201 – de Parkwagens) die in de jaren 1930 in werden gemoderniseerd en de kleuren zwart met okergeel kregen. Deze bijwagens functioneerden veelvuldig in combinatie met de vierassige motorwagens.
- Na de Tweede Wereldoorlog schafte de RET voor hun Allan-wagens de bijbehorende serie 1021-1056 aan. Dit waren ook bijwagens die visueel een mooie combinatie waren met die motorwagens.
[bewerken] TramPlus
Begin jaren negentig was het voorbestaan van de tram onzeker. De metro was een grote concurrent van de tram. Het TramPlus-plan voorziet in de omzetting van de belangrijkste lijnen in TramPluslijnen (HOV-lijnen). Ook worden er nieuwe TramPlus-lijnen aangelegd.
In 1996 werd als eerste tramlijn 20 geopend. Deze lijn verbindt het Centraal Station van Rotterdam via de in 1996 geopende Erasmusbrug met Rotterdam-Zuid.
In maart 2001 werd tramlijn 23, de IJsselmondelijn, geopend van Centraal Station naar het Feyenoordstadion, met name om het traject beschikbaar te hebben voor Euro 2000, de Europes voetbalkampioenschappen die in 2000 in Nederland en België werden gehouden. In de jaren daarna is de lijn geleidelijk verlengd, zuidwaarts naar IJsselmonde en westwaarts naar Vlaardingen-Holy; het is thans de langste tramlijn van Nederland met een enkele-reistijd van vijf kwartier. In november 2004 werd de Carnisselandelijn (tramlijn 25) geopend, die het Centraal Station verbindt met de nieuwe wijk Carnisselande in Barendrecht.
Tegenwoordig rijdt lijn 25 tot Centraal Station de oorspronkelijke route, om vervolgens via de oude route van lijn 5 door te rijden tot Schiebroek.
Aan de bestaande lijn 2 (in Rotterdam-Zuid) wordt gewerkt om deze te verbouwen tot TramPlus-niveau.
Aan de Schiedam-Vlaardingenlijn wordt de laatste hand gelegd in Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen. Op 31 oktober 2005 is de lijn officieel geopend, de nieuwe tak naar Vlaardingen als verlenging van lijn 23, lijn 1 werd omgedoopt in lijn 21. Op 18 augustus 2008 is de route in het centrum van Schiedam verlegd zodat de tram nu ook bij het belangrijke knooppunt Station Schiedam Centrum komt, lijn 21 wordt later nog doorgetrokken naar Station Schiedam Spaland.
In juni 2005 ging de gemeente Ridderkerk akkoord met de voorkeur van de stadsregio Rotterdam om een TramPlus-lijn naar Ridderkerk aan te leggen, daarmee kan de planning hiervoor beginnen. Er komt een zijtak van lijn 23.
Voor onder andere het TramPlus project en ter vervanging van oud materieel werden 60 trams van het type Citadis van Alstom besteld. Zij kwamen in dienst vanaf 2002. De trams worden voornamelijk ingezet op de TramPlus-lijnen. Lijn 2 is ook geschikt voor dit tramtype, maar daar worden ze niet vaak op ingezet.
In juli 2007 werd bekend dat de RET nog 53 trams van het type Citadis2 zou bestellen bij Alstom. Deze trams zullen ook op de de tramlijnen die buiten het TramPlus project vallen gaan rijden, en zullen de trams uit de serie 700 (en 800) grotendeels vervangen. Naar verwachting zullen deze trams in 2010 gaan rijden.
[bewerken] Rotterdamse trams elders
Een deel van het in de afgelopen jaren afgevoerde trammaterieel is aan andere bedrijven verkocht. Deze trams bevinden zich op de volgende plaatsen:
- Bij Risk (trainigscentrum voor (brand)ongevallen) Maasvlakte: gelede wagen 1626
- Bij Ricas Zoetermeer: gelede wagen 1602
- In Brăila (Roemenië): gelede wagens 1601, 1604, 1611, 1612, 1613, 1615, 1618, 1619, 1621 en 1634
- In Galati (Roemenië): gelede wagens 801, 803, 804, 807, 814, 817, 824, 832, 836, 837, 838, 842, 844, 845 en 846 (849 is daar reeds gesloopt)
- In Craiova (Roemenië): gelede wagens 651, 652, 653, 654, 655, 657, 658, 659 en 660 (ex-Wenen)
[bewerken] Remises
Op de rechter Maasoever beschikt de RET nog over één tramremise: in Kralingen. De diensten van de lijnen 4, 7, 8 en 21 worden vanuit deze remise gereden. Een andere remise, die in Hillegersberg aan de Kootsekade, wordt niet meer voor de normale dienst gebruikt en is niet meer in beheer bij de RET; ze is in gebruik voor restauratie en berging van museummateriëel. In het niet gesloopte restant van de remise Delfshaven bevindt zich het Rotterdamse trammuseum waar een aantal museumtrams staat opgesteld. Op Rotterdam-Zuid heeft de RET een remise aan de Hilledijk; de lijnen 2, 20, 23 en 25 vinden hierin onderdak. Deze remise zal op termijn worden vervangen door een remise in de zuidpunt Beverwaard. De remise wordt verplaatst omdat de huidige remise aan de Hilledijk te weinig capaciteit heeft en omdat daar woningbouw gepland is. De remise in de zuidpunt van Beverwaard wordt gecombineerd met een P+R voorziening met 500 parkeerplaatsen ("Informatiebijeenkomst tramremise", Deelgemeentepagina Rotterdam IJsselmonde, 4 juli 2007).
[bewerken] Tramlijnen vanaf 1 Januari 2010
- 2: Charlois – Lombardijen NS – Groene Tuin
- 3: Kleiweg – CS – Diergaarde Blijdorp
- 4: Molenlaan – CS – Marconiplein
- 7: Woudestein – CS – Willemsplein
- 8: Spangen – CS – Kleiweg
- 20: CS – Lombardijen NS – Thialf (niet 's-avonds na 20:00 h en zondagochtend).
- 21: (Schiedam) Woudhoek – Station Schiedam Centrum – CS – De Esch
- 23: (Vlaardingen) Holy – Station Schiedam Centrum – CS – Beverwaard
- 25: Schiebroek – CS – Carnisselande (Barendrecht)
- 29: CS – De Kuip of CS – Spangen (Sparta Stadion), alleen tijdens wedstrijden of evenementen in één van de stadions.
[bewerken] Museumtrams
De stichting RoMeO houdt zich bezig met de geschiedenis van het openbaar vervoer in Rotterdam en beheert twee musea en onderhoudt historische trams en bussen. Hiermee worden ook regelmatig ritten gemaakt.
Op 18 september 2005 werd het eeuwfeest van de elektrische tram in Rotterdam gevierd met een tramoptocht waaraan trams uit 1905 t/m 2005 deelnamen. Dit ter viering van het feit dat de eerste elektrische tram in Rotterdam ging rijden op 18 september 1905 tussen Het Park en de Honingerdijk.
RoMeO onderhoudt twee tramlijnen, die rijden op feestdagen en in schoolvakanties:
- Tramlijn 10, een rondrit door de stad, vertrekkend van het Willemsplein.
- Tramlijn 11, lijndienst tussen het Centraal Station (achterzijde) en Diergaarde Blijdorp
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
| Portaal Openbaar vervoer |
| Voor meer mediabestanden zie de categorie Trams in Rotterdam van Wikimedia Commons. |
| Rotterdamse tramlijnen |
|---|
|
Huidige lijnen: 2 tram 2 · 4 tram 4 · 7 tram 7 · 8 tram 8 · (tram 10 · tram 11) · 20 tram 20 · 21 tram 21 · 23 tram 23 · 25 tram 25 · (tram 29) Voormalige lijnen: tram 1 · tram 3 · tram 5 · tram 6 · tram 9 · tram 12 · tram 13 · tram 14 · tram 15 · tram 16 · tram 17 · tram 22 |
| Elektrische trams en metro's in Nederland |
|---|
|
Metro- en semi-metrosystemen: Amsterdam · Rotterdam · RandstadRail |