Duisburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
1rightarrow.png Dit artikel gaat over de Duitse stad Duisburg. Zie Duisburg (België) voor de gelijknamige deelgemeente van Tervuren bij Brussel.
Duisburg
Stadsdistrict in Duitsland Flag of Germany.svg
Wapen van Duisburg
Duisburg
Duisburg
Situering
Deelstaat Noordrijn-Westfalen
District Stadsdistrict
Regierungsbezirk Düsseldorf
Coördinaten 51°25'N  6°45'E
Algemeen
Oppervlakte 232,82 km²
Inwoners (31-12-2008[1]) 494.048 (2129 inw/km²)
Hoogte 31 m boven  NN
Burgemeester Adolf Sauerland
Overig
Postcodes 47001–47279
Netnummers 0203,
02065 (Rheinhausen),
02066 (Homberg),
02841 (Baerl),
02151 (Rumeln- Kaldenhausen)
Kenteken DU
Stadsdistrictkernen 7 Stadtbezirke
met 46 stadsdelen
Gemeentenummer 05 1 12 000
Website www.duisburg.de
Situering
Locatie van Duisburg binnen Noord-Rijnland-Westfalen
Locatie van Duisburg binnen Noord-Rijnland-Westfalen
Portaal  Portaalicoon   Duitsland
Het koor van de Sint Katarina kerk
Lehmbruck-Museum in het Kantpark

Duisburg (uitspraak: [ˈdœysbʏrx]? (Nederlands) / [ˈdyːsbʊrk]? (Duits)) is een stadsdistrict (kreisfreie Stadt) in de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen. De stad telt 494.048 inwoners[1] en is de derde grootste stad in het Ruhrgebied. Duisburg ligt op het punt waar de Ruhr en de Rijn samenvloeien.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

[bewerken] IJzertijd en Romeinse Rijk

Een omvangrijke grafheuvel in het Duisburgse stadsdeel Wedau toont aan, dat het gebied rond Duisburg al in de ijzertijd bewoond werd.

Vanaf de 1e eeuw vormde de Rijn de grens van het Romeinse Rijk. Het gebied ten westen van de Rijn viel onder de provincie Germania Inferior, met als hoofdstad Colonia Claudia Ara Agrippinensium, het huidige Keulen. Hoewel de Rijn officieel de grens van Romeinse Rijk was, oefenden de Romeinen ook in een brede strook ten oosten van de rivier veel invloed uit. Pas vanaf de 3e eeuw ontstonden ten oosten van de Rijn weer versterkte Germaanse nederzettingen.

[bewerken] Middeleeuwen

In het midden van de 5e eeuw kregen de Franken het Rijngebied in handen. Bisschop Gregorius van Tours beschrijft in zijn geschiedenis van de Franken, de Decem Libri Historiarum, een koning Chlodio die in het midden van de vijfde eeuw vanuit zijn kasteel Dispargum regeerde. Hoewel de locatie van Dispargum nog niet is vastgesteld, bevond zich in Duisburg, binnen de latere Middeleeuwse stadsmuren, in deze tijd een Frankische nederzetting, en dus is het verleidelijk Dispargum met Duisburg te identificeren.

In 883 werd Duisburg door de Vikingen ingenomen. Pas het volgende voorjaar vertrokken die weer, nadat ze de stad hadden geplunderd en in brand gestoken. De stad werd daarna weer opgebouwd.

In de 10de eeuw werd het reeds bestaande paleis uitgebreid tot een Koningspalts, en in 1120 werd een stadsmuur gebouwd. Door haar gunstige ligging op de plek waar de Ruhr in de Rijn stroomt, aan het begin van de Hellweg, een belangrijke oost-westelijke handelsroute, groeide de stad sterk. Tot 1290 was Duisburg een vrije rijksstad, maar toen werd ze door koning Rudolf I aan het Graafschap Kleef (dat later een hertogdom werd) verpand.

Rond het begin van de 11e eeuw veranderde de loop van de Rijn, waardoor Duisburg niet meer direct aan de rivier lag. Toch kon de Duisburgse haven nog enkele eeuwen over de oude rivierarm bereikt worden. In 1407 werd de stad lid van de Hanze. Naarmate de dode rivierarm meer en meer verzandde, trokken de handelaars echter meer en meer weg, en werd Duisburg in plaats van een handelsstad een stad van agrariërs en monniken. Door de werken van de cartograaf Gerardus Mercator, die in Duisburg woonde en werkte, en het oprichten van een universiteit kreeg Duisburg in de 17e eeuw bekendheid als wetenschapsstad (Duisburg Doctum, geleerd Duisburg).

In 1666 kwam Duisburg, samen met de rest van het Hertogdom Kleef, in handen van Pruisen.

[bewerken] Industrialisering

Aan het einde van de 17e en het begin van 18e eeuw bloeiden de tabak- en textielindustrie in Duisburg op, die het startsein gaven aan de ontwikkeling van Duisburg tot industriestad. In 1824 werd de eerste grote fabriek gebouwd, een zwavelzuurfabriek. In 1831 werd er een kanaal naar de Rijn gegraven, waardoor er weer een bevaarbare verbinding met de rivier ontstond. In de jaren 50 van de 19e eeuw werden de eerste kolenmijnen in Duisburg geopend, die de ijzer- en staalindustrie naar de stad trokken.

In 1905 werden Ruhrort en Meiderich bij Duisburg gevoegd, waardoor er een einde kwam aan de concurrentie tussen de havens van Ruhrort en Duisburg. Samen zouden deze havens uitgroeien tot de grootste binnenhaven van Europa.

[bewerken] Interbellum en Tweede Wereldoorlog

Tussen 1921 en 1925 werd Duisburg door Franse en Belgische troepen bezet om Duitsland te dwingen de herstelbetalingen voor de Eerste Wereldoorlog te betalen.

In 1929 fuseerde de gemeente Duisburg met Hamborn tot Duisburg-Hamborn, maar zes jaar later werd die weer hernoemd tot Duisburg.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Duisburg, als belangrijke industrie- en transportstad, veelvuldig door de geallieerden gebombardeerd. Aan het einde van de oorlog was 80% van de woningen geheel of gedeeltelijk verwoest, en waren 96.000 mensen dakloos geworden.

[bewerken] Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Duisburg zich verder als industrie- en havenstad, met onder andere kolenmijnen, ijzer- en staalindustrie en de grootste binnenhaven van Europa. De laatste decennia loopt de industrie echter, o.a. door concurrentie met lage-lonenlanden, terug. De laatste kolenmijn werd op 26 juni 2008 gesloten.[2]

[bewerken] Bezienswaardigheden

[bewerken] Kunst en cultuur

[bewerken] Musea

[bewerken] Kunst in de openbare ruimte

[bewerken] Sport

In het stadsdeel Wedau ligt een uitgebreid sportpark, waarin zich verschillende sportfaciliteiten bevinden (o.a. een regattabaan, een voetbalstadion en een ijshal) en waar verschillende sportverenigingen hun thuisbasis hebben.

De bekende sportverenigingen van Duisburg zijn:

In 2005 vonden in Duisburg de Wereldspelen plaats. In 2013 zal Duisburg, ditmaal samen met Düsseldorf, opnieuw gastheer van de Wereldspelen zijn.

[bewerken] Bekende Duisburgers

[bewerken] Geboren

[bewerken] Woonachtig

  • Wilhelm Canaris (1887-1945), admiraal tijdens de Tweede Wereldoorlog
  • Gerardus Mercator (1512-1594), Vlaams cartograaf, woonde en werkte van 1552 tot aan zijn dood in Duisburg en ligt er ook begraven

[bewerken] Stadswijken

Inwoneraantal per wijk 31 december 2006.

  • Stadtbezirk 100:
Walsum (51.684)
  • 101 Vierlinden (12.913)
  • 102 Overbruch (5.263)
  • 103 Alt-Walsum (4.459)
  • 104 Aldenrade (14.193)
  • 105 Wehofen (7.242)
  • 106 Fahrn (7.614)
  • Stadtbezirk 200:
Hamborn (72.433)
  • 201 Röttgersbach (12.098)
  • 202 Marxloh (17.681)
  • 203 Obermarxloh (13.710)
  • 204 Neumühl (17.801)
  • 205 Alt-Hamborn (11.143)
  • Stadtbezirk 300:
Meiderich/Beeck (74.349)
  • 301 Bruckhausen (6.164)
  • 302 Beeck (11.406)
  • 303 Beeckerwerth (3.774)
  • 304 Laar (6.186)
  • 305 Untermeiderich (10.564)
  • 306 Mittelmeiderich (17.959)
  • 307 Obermeiderich (18.296)
  • Stadtbezirk 400:
Homberg/Ruhrort/Baerl (41.676)
  • 401 Ruhrort (5.373)
  • 402 Alt-Homberg (15.340)
  • 403 Hochheide (15.987)
  • 404 Baerl (4.976)
  • Stadtbezirk 500:
Duisburg-Mitte (106.173)
  • 501 Altstadt (7.688)
  • 502 Neuenkamp (5.332)
  • 503 Kasslerfeld (3.532)
  • 504 Duissern (14.630)
  • 505 Neudorf-Nord (13.700)
  • 506 Neudorf-Süd (12.973)
  • 507 Dellviertel (14.148)
  • 508 Hochfeld (15.720)
  • 509 Wanheimerort (18.450)
  • Stadtbezirk 600:
Rheinhausen (78.564)
  • Stadtbezirk 700:
Duisburg-Süd (73.587)
  • 701 Bissingheim (3.295)
  • 702 Wedau (5.294)
  • 703 Buchholz (14.412)
  • 704 Wanheim-Angerhausen (11.948)
  • 705 Großenbaum (10.213)
  • 706 Rahm (5.980)
  • 707 Huckingen (9.238)
  • 708 Hüttenheim (3.694)
  • 709 Ungelsheim (3.157)
  • 710 Mündelheim (6.356)

[bewerken] Partnersteden

[bewerken] Externe links

Bronnen

  • Anne Ley-Schalles, Henrike Stecker. Von der Steinzeit bis zur Gegenwart, Duisburg, die neue Geschichte einer alten Stadt. Mercator-Verlag 2008
  • Joseph Milz, e.a. Duisburg. Bühn, München, 1980

Referenties

Persoonlijke instellingen