Polder
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een polder is een gebied dat lager ligt dan het omringende water en waarvan de waterstand kunstmatig geregeld kan worden. Polders worden in het algemeen doorkruist met watergangen. Voor de waterhuishouding is het noodzakelijk dat de sloten goed door kunnen stromen. Om hiervan zeker te zijn worden de sloten twee keer per jaar geschouwd: er wordt gecontroleerd of het water diep genoeg is en of er geen waterplanten in het water staan. Eigenaren van land grenzend aan water zijn verplicht om hun sloten te schouwen.
Een polder is een waterstaatkundige eenheid, dat wil zeggen dat het geen verbinding heeft met het buitenwater behalve via kunstwerken. Een poldermolen of gemaal (soms meerdere) regelt het polderpeil; via inlaten kan (vers) water worden binnen gelaten. Een polder is omgeven door een waterkering.
In delen van een polder kan een hoger peil worden gehanteerd. Dit wordt geregeld met behulp van stuwen.
Nederland telt ongeveer 3000 polders. De helft van het polderoppervlak in Europa ligt in Nederland. Er bestaan verschillende vormen. De drie belangrijkste zijn de droogmakerij, de indijking en de ontginning. Een droogmakerij is een inpoldering van open water, bijvoorbeeld een meer of plas, dat letterlijk is drooggemaakt. Een indijking is een inpoldering van getijdegebied langs de kust of een rivier. Hierbij gaat het om een gebied dat al periodiek droogviel en door indijking definitief droog blijft en in cultuur gebracht kan worden. Aan de kust gaat het meestal om kwelders, langs de rivier om voormalige uiterwaarden. Een ontginning is in cultuur gebrachte woeste grond, bijv. een voormalig moeras-, veen-, heide- of duingebied. Dit hoeft geen polder te zijn: hier is alleen sprake van als het gebied permanent bemalen moet worden.
Heel West-Nederland, met uitzondering van de duinen, bestaat uit polderland. Dit is geen land dat is drooggelegd uit de zee. Het is veenland dat oorspronkelijk enkele meters boven zeeniveau lag. Rond de tijd 800 à 1000 na Chr. is men het veen gaan ontginnen. Dat bracht drainage en ontwatering van het veen met zich mee. Levend hoogveen bestaat voor 90% uit water. Door ontwatering verloor het veen dus een groot deel van zijn volume en klonk daardoor in. Hierdoor trad een aanzienlijke daling van het veenoppervlak op. Bovendien kwam het veen, dat uit afgestorven plantenresten bestaat, door akkerbouw intensief in contact met de lucht. Daardoor verteerde (oxideerde) het veen voor zover gelegen boven de grondwaterspiegel. Dit droeg in belangrijke mate bij aan de daling van het veenoppervlak. Door inklinking en oxidatie is het veenoppervlak in de periode tussen 1000 en 1200 A.D. gedaald tot het niveau van gemiddeld hoogwater op de Zuiderzee. Toen werd bedijking van het veenland noodzakelijk. Achter de dijken ging de bodemdaling door en werd bemaling noodzakelijk om het overtollige water te kunnen lozen. De opgetreden bodemdaling is er de oorzaak van dat de bodem van West-Nederland nu enkele meters beneden zeeniveau ligt. In het Hollandse veengebied zijn enkele grote meren ontstaan. Deze meren zijn in de 17e eeuw en later drooggemalen. Voorbeelden van dergelijke droogmakerijen zijn de Schermer, de Beemster en de Haarlemmermeer. Voorts heeft in Noord-Holland landaanwinning plaatsgevonden door inpoldering van land boven de lijn Schagen-Medemblik dat in de 12e – 14e eeuw een prooi was geworden van de zich uitbreidende Zuiderzee. In de 20e eeuw is de Wieringermeer drooggelegd, een deel van het IJsselmeer.
In Vlaanderen wordt de term polder ook gebruikt om het openbaar bestuursorgaan aan te duiden, dat belast is met de waterhuishouding in een poldergebied (In Nederland zijn de polderschappen bij de naoorlogse schaalvergroting opgegaan in waterschappen of heemraadschappen.) De streek De Polders strekt zich in West-Vlaanderen over het achterland van de Belgische kust uit van Noord-Frankrijk tot Zeeuws-Vlaanderen, en over het noorden van de provincie Oost-Vlaanderen.
[bewerken] Trivia
Nederland wordt in binnen- en buitenland vaak geassocieerd met polders. Dit wordt geïllustreerd door het Engelse gezegde: God created the world, but the Dutch created Holland. alsmede door het Poldermodel als synoniem voor een typisch Nederlandse overlegcultuur.
| Voor meer mediabestanden zie de categorie Polders van Wikimedia Commons. |